Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo leert ons de bijbel de doorzichtigheid van den geest, zoowel als die van de stof. Een lichaam, dat het licht tegenstaat, voor het licht ondoordringbaar is, is donker, verborgen en dus onbekend, het wil niet doorzien worden. Wat echter verborgen is, is volgens den bijbel gelijkluidend met boos en zich verbergend, met iets dat het licht schuwt. Alleen wat bij God verborgen is, maakt een uitzondering, want dat hult zich in een „ongenaakbaar" licht, dat alle schepselen verblindt. Christus doet zien, dat het eindpunt der ontwikkeling dit is: „Er is niets verborgen, dat niet openbaar zal worden." (Matth. 10 : 26). Deze uitspraak overgebracht op de hemelsche natuur, wijst aan: dat er op de nieuwe aarde niets zal zijn dat ondoorzichtig is, niets dat niet doorschouwd worden kan. Steeds zal het inwendige uitschijnen door het uitwendige. Zoo ziet Johannes herhaaldelijk een kristallen zee, met vuur gemengd en daar „op (niet daar „bij") de overwinnaars staan met de harpen Gods. Hij ziet het heilig Jeruzalem, „haar licht was den allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als de steen jaspis, blinkende gelijk kristal, en de stad en de straat der stad was zuiver goud, gelijk doorluchtig glas.' (Openb. 21). Zoo ziet Daniël een bewoner des hemels, met een lichaam als een topaas.

Alle schoonheid van deze stof zou natuurlijk maar ondergeschikte waarde heoben, indien zij slechts stoffelijke schoonheid ware. Maar de bijbel weet wel wat hij ons daarmede zegt en geeft. Indien wij gelooven aan de stad met de gouden straten, dan

Sluiten