Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luider stem aldus spreekt: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem, die den hemel en de aarde, en de zee en de fonteinen der wateren gemaakt heeft. (Openb. 14 : 6, 7). Hier trekt God zich, om zoo te zeggen, terug in zijn rechtmatig eigendom, en Hij eischt van hen, die op de aarde wonen, het allerminste, wat Hij eisclien kan, zonder te kort te doen aan Zijn eeuwige rechten en aan Zijn majesteit. Indien gij dan aan Mijn wetten, Mijn woord geen geloof meer wilt schenken, indien gij Mijn zoon niet erkennen wilt als de eeniggeborene indien gij uwe groote schuld loochenen wilt, erkent dan toch tenminste dit eene: „In den beginne schiep God hemel en aarde." Dan is de laatste band tusschen ons nog niet verscheurd ; nog kan Ik een wereld en haar schepselen redden, die erkennen dat Ik ze geschapen heb. Indien gij echter niet wilt buigen onder dit Mijn goddelijk ultimatum, dan kan Ik u niet meer helpen. Dan maak ik de banden los, dan ontketen ik de krachten des hemels. (Matth. 24 : 20—31; Luk. 21 : 25, 28) en laat u en Mijn schepping ten prooi aan de gerechtvaardigde uitbarsting der natuurkrachten. Deze uwe goden zullen u verteren. „Want", zoo zegt de Heere der heirscharen, „Nog eens, een weinig tijds zal het zijn: en Ik zal de hemelen en de aarde, en de zee en het drooge doen beven." Voor zulke woorden van den Schepper verstomt het schepsel.

Dat is het verschrikkelijke, het ontzettende, wat alle profeten aanschouwd hebben op den achtersten achtergrond der wereldgeschiedenis. Hoort hoe een

Sluiten