Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Habakuk uitroept: „Heere! als ik Uwe rede gehoord heb, heb ik gevreesd, in den toorn gedenk des ontfermens! Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de Heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden ; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich geborgen. De zon en de maan stonden stil in hare woning; met het licht gingen uwe pijlen daarhenen, met glans uw bliksemende spies. Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorschtet Gij de Heidenen. Gij doorwonddet het hoofd van liet huis des goddeloozen. Als ik het hoorde zoo werd mijn buik beroerd; voor de stem hebben mijne lippen gebeefd; verrotting kwam in mijn gebeenten en ik werd beroerd in mijne plaats; zekerlijk ik zal rusten ten dage der benauwdheid." (Hab. 3). Maar „in het laatste der dagen zullen spotters komen, die naar hunne eigene begeerlijkheden zullen wandelen en zeggen: Waar is de belofte zijner toekomst? want van dien dag dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen alzoo gelijk van het begin der schepping." (2 Petr. 3 : 3 en 4). Zulke menschen letten er niet op, weten niet, dat Gods woord altijd vervuld is. Waar is een boek, dat zoo vol is van de bewijzen Zijner waarheid als de bijbel? „Waar is een God als Ik, spreekt Jehovah, die toekomende dingen verkondig en ook doe komen?" Is niet de belofte aan Abraham vervuld geworden in Christus? Heeft Mozes niet 2000 jaren vooraf den Joden voorspeld, dat zij na een verschrikkelijke belegering hunner vaste steden, waarbij de vrouwen hun kinderen"eten zouden,

Sluiten