Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als in het Westen, maar zij zijn één. Onder Literatuur, in den allerhoogsten zin, wordt in China niets anders verstaan dan de in volmaakt schoonen vorm geschreven Wijsheid. De Chineesche Literatuur, dat is: de geschreven Wijsheid van Confuoius, van Mencius, van Lao Tsz', van Choe Hie, van de „Yih-King" en de andere „Kings", die ik in de volgende hoofdstukken zal behandelen, in den volmaakt schoonen vorm. Want dit is wel een der karakteristiekste eigenschappen van den Geest van China, dat de filosofie in China haar uiting heeft gevonden in den hoogsten literairen vorm. De Wijsheid en de Schoonheid izijn hier één, en daarin openbaart zich het goddelijke. Lectuur, die in China slechts voor amusement, spanning of verstrooiing dient, wordt niet tot de Literatuur gerekend, maar wordt aangeduid met de benaming „siao shwoh", d.i. klein (inferieur) gepraat. Alléén de goddelijke Wijsheid, uitgedrukt in Schoonheid, is in China de Literatuur. Hiermede heb ik eigenlijk den Geest van China reeds gekarakteriseerd.

Dit boek zal den lezer een geheel anderen Geest van China doen voelen dan hij zoo dikwijls over zich heeft voelen komen uit reisbeschrijvingen van nuchtere Europeanen, die in dezen Geest nooit zijn doorgedrongen.

Het is al eens door een groot Chineesch schrijver, Ku Hung Ming, gezegd, in zijn „Story of a Chinese Oxford Movement", hoe weinig de Europeanen, en dus ook de Engelschman, tegen wien hij dit schreef, ooit in de ziel der Chineezen is doorgedrongen.

„Voor den Engelschman uit de aristocraten-klasse", zoo schreef Ku Hung Ming, en dit geldt ook voor de meeste Europeesche geleerden en zoogenaamde „Chinakenners", „is éen Chinees met smerige kleederen, met een staart en gele huid alleen maar een Chinees met een staart en een gele huid en anders niets. De Engelschman kan niet door die gele huid heen het innerlijke zien, het moreele wezen, en de geestelijke waarde der Chineezen. Als hij het kon, zou hij zien wat voor een feeën-

Sluiten