Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn gestorven vader terugroept; in den statigen os, die droomerig den kop opheft, als hij met glimmendgrijzen rug boven 't water uitkomt waar hij koelte vindt; in het grappige kuifje boven op t gladgeschoren hoofd van een klein jongetjes in den rustigen, blauwen vijver van het Zomerpaleis, waar keizers in gouden gondels droomden, en in de glanzende rijst-velden, waax boven het schitterend groen de gele hoed opkleurt van den rustigen landman.

Maar o! hoe heb ik hem gevoeld, den Geest van China, in de wereld-wijze filosofie der groote Chineesche denkers, in hun strenge, statige schriftteekens vol symbool en suggestie, in hun rustig oprijzen tot die hoogste goddelijke hoogten van het T'ai Kie' de Uiterste Grens, waartoe het menschelijk denken komen kan, en waarachter het goddelijk Mysterie trilt.

Hoe is hij te vinden ook in de Chineesche kunst, die kunst, die geestelijk van wezen is, die niet de uiterlijke vormen zoekt der wisselende verschijningen, maar de onzichtbare, geestelijke essence van het goddelijke, dat achter alle zichtbare vormen eeuwig leeft!

Het is de Geest van China, die mij behouden heeft in liet leven, die Geest, die zóó sterk en machtig is, dat bijna alle Europeesche diplomaten, lang in Peking wonend, Chineesch worden in hun denken en voelen, en niet meer hun Westersche rijk maar, zonder het te weten, China als hun vaderland gaan voelen. Het is de Geest van China, die mij, Hollander, tot een Chinees gemaakt heeft, die voelt als China's groote Wijzen, en die zijn felbewogen leven slechts kan dragen door de sterkte en de Rust — o ja, vooral de Rust! — die den Chineeschen kunstenaar-wijsgeer telkens weer het groote Evenwicht doet houden in de wilde wisseling van sensaties en emoties en gedachten. Het is de Geest van China, het wondere Rijk van het Midden, die Confucius de heilige Leer deed uitzeggen van de „Choeng Yoeng van het onveranderlijke Midden, waarin de mensch zich con-

Sluiten