Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voorreden van de Ohoeng Yoeng zegt van het eerste hoofdstuk, dat ik zooeven behandelde: „Het spreekt eerst van het ééne principe (de Sing n.1.) dan spreidt het dit uit, en het omvat alle dingen, ten laatste keert het terug en vereenigt ze weer onder het ééne principe. Ontrol het, en het vult ihet Heelal, rolt het (weer) op en het verbergt zich in mysterie".

M.a.w. het Hemelsche principe doordringt liet Heelal, en is in alle dingen gemanifesteerd, de Eeniheid is in de Veelheid, maar alle Veelheid kan teruggebracht worden tot Eenheid. En die Eenheid, het goddelijke, ligt voor ons verborgen in mysterie.

In de Loen Yü, eene verzameling gezegden van en over Confucius, door zijne discipelen opgeteekend, komt het volgende gezegde van den Meester voor: „Mijn leer is een Eenheid die alles samenhoudt". Met deze Eenheid bedoelde hij het universeele van het goddelijke principe, dat het Heelal, en dus ook de mensdhen, doordringt, de Sing, door den Hemel of het Opperwezen in Zijne Wijsheid, zijn Wil gegeven, toen Hij zich openbaarde, en waarvan het volgen heet Tao, het spiritueele Pad, dat alzoo is als het bewegen van de zich openbarende Godheid in het Heelal, dat Hij openbaarde.

Met betrekking op de mensdhen vindt dit EenheidsIdee óók haar uiting, in een ander karakter uit de Confucianistische filosofie, n.1. „Shoe", ideografisch samengesteld uit „evenals", „gelijk aan" en „hart", dus: „gelijk aan mijn hart".

In de Loen Yü lezen wij: Tsz'Koeng (een van Confucius' discipelen) vroeg eens: ,,Is er één woord, dat als een regel van gedrag voor 't geheele leven kan gelden?" De Meester zeide: ,,Is niet Shoe zulk een woord? Wat gij niet wilt van anderen gedaan zijn, doe dat ook aan anderen niet".

Deze tekst, bijna eender door Jezus Christus later geuit, is karakteristiek voor Confucius' filosofie. Dit karakter „shoe" is moeilijk te vertalen, ideografisch leest

Sluiten