Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeren hun arbeid met 'het oog op eigen voordeel. Zóó komt het, dat zelfzuchtige plannen en ondernemingen voortdurend oprijzen, en daar is altijd oorlog het gevolg van."

Tot zoover Confucius, voor zoover ik hem letterlijk aanhaal, ik zal er nu een en ander uitlichten. Ieder sinoloog weet, dat Confucius de 5 z.g. „sociale betrekkingen" (dié tusschen vorst en onderdaan, vader en kind, man en vrouw, ouderen broeder en jongeren broeder, vriend en vriend), hoofdzaak in de sociale en moreele orde vond. Hij beschouwde die echter van tijdelijken aard in de evolutie der Menschheid, en ze waren alleen in die evolutie noodig en van kracht voor t 2e Stadium waarin hij leefde, en waarin wij nu nog leven. In 't 3e Stadium, de „Groote Gelijkheid", is de geihééle wereld de eenige sociale organisatie, en het individu is de onafhankelijke eenheid; zoowel de sociale als de individueele karakters bereiken hun hoogste ontwikkeling. Er is geen nationale staat, zoodat er geen oorlog is, geen defensienoodzakelijkheid, en er ook geen menschen vani militaire kunde en talenten noodig zijn. Mannen van deugd, talent en bekwaamheid, worden door het volk gekozen, zoodat het volk zelf souverein is, en de betrekking tusschen vorst en onderdaan bestaat dus niet meer. Man en vrouw zijn niet langer gebonden door den hand van 't huwelijk, en de betrekkingen: vorst en onderdaan, man en vrouw, vader en zoon, oudere en jongere broeder bestaan niet meer.

De eenige betrekking die bestaat is: vriendschap.

Er is geen familie, dus er is ook geen erfenis, geen privaat eigendom, geen zelfzuchtig plan. Er bestaan ook geen klassen, zoodat de éénige classificatie, die men kan maken is die van ouderdom of sekse, maar of iemand oud, middelbaar leeftijd of jong is, man of vrouw, ieder kan voorzien in zijn behoeften. Het groote Principe van Ta T'oeng regeert, zoodat iedereen evengoed is als ieder ander, en de onderscheiding der z.g.

Sluiten