Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ordelijke, weten de menschen nog niet van ethica, hun onmiddellijke behoefte is voedsel, en als ge tegen hun spreekt over ethica en godsdienst — zooals nu nog in Europa zoo veel gebeurt — terwijl ze honger en gebrek lijden, luisteren ze daar niet naar.

Maar in de gulden toekomsteeuwen der „Ta T'oeng", der Groote Gelijkheid, zal dit alles anders zijn, dan zullen Ethica en Economie niet meer in botsing komen omdat ze een zullen zijn.

Ik kom thans aan het einde van mijn hoofdstuk over Confucius, den grooten Wijlze, in wien de Geest van China het meest belichaamd is. Die geest is de geest van den staat, de familie, en het individu van China tegelijk.

De Confucianistisc'he Staat is eene evolutie van moreele Orde, schreef Johnson. De integriteit van de politieke sfeer is er afhankelijk van het zelf-respect en de beschaving van haar leden. De familie is de sociale eenheid van den staat, en ieder is gehouden, die sociale eenheid zoo edel en moreel mogelijk te maken. Verder wordt het recht om anderen te regeeren gebaseerd op de macht om zich zelf te regeeren. In de ,,Loen Yü" staat: ,,De cultiveering van het Zelf is de wortel van alles".

De geheele wereld en ook het geheele Heelal worden bijeengehouden door één ,,alles-omvattende Eenheid". Die Eenheid is het universeele van alle principes, en omvat onder één Wet de Persoon, de Familie, den Staat en het Heelal. Eenheid, dat hoogste doel van alle godsdienstige filosofie, rust voor Confucius op puur ethische en practische gronden en hun toepassing op iedere sfeer. Zooiets als zonde of zondeval is in de geheele Chineesche filosofie ombekend, en, zooals ik reeds zeide, zooiets geraffineerd kwaads als h. v. de Satan-idee eveneens. Ieder mensoh kan volgens Confucius de Deugd bereiken, omdat de Deugd zijn innerlijke natuur is en zijn onveranderlijke betrekking tot het Heelal. Zóó als

Sluiten