Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, en de mensch heeft de bewustheid, om die volmaakt in hem te doen blijven, als hij de Sing maar in den volmaakten staat „Ch'ing" houdt. En dat kan hij door oefening en studie, en leert hij ook door smart.

Zulk een leer geeft den mensch zelf-resipect, zelfbewustheid, waardigheid. Die waardigheid, met een sereene kalmte en voorname rust zijn dan ook het kenmerk van den beschaafden, ontwikkelden Chinees. Heftigheid, grofheid en drift, die groote gebreken van den Westerling, zijn in China bewijzen van onbeschaafdheid, ongeletterdheid, en gebrek aan evenwicht, middenmaat. Rust, kalmte, worden ze niet den Chinees geleerd in die wonderwijze leer van „Choeng Yoeng", en zijn evenwicht en middenmaat niet het bewijs dat er Harmonie is in het leven? Het is die waardige kalmte, die stijlvolle rust, die zich in al de gebaren van het Chimeesche ceremonieel, de Li, uitdrukt, die Li, die het uiterlijke rythme is van het innerlijke evenwichtige, harmonieuze leven. De gebruikelijke wensch en groet der Chineezen: „ts'ing ngan' (,,ik wensch, ik verzoek voor u Rust") drukt dit al reeds uit. Men wenscht elkaar geen vermaak, of amusement, maar Rust, die immers het hoogste levensgeluk is.

En Rust is tegelijk „Midden", want zij is te vinden in „Choeng", het geestelijk centrum van al 't geopenbaarde.

In dezen groet „ts'ing ngan" weerspiegelt zich de Geest van China zeker wel het schoonste.

Alvorens dit hoofdstuk te eindigen over Confucius en over zijn Leer, waarin de Geest van China bijna geheel bevat is, wensch ik even eenige regelen aan te halen, die ik in mijn werk „Het Daghet in den Oosten" J) in het hoofdstuk „Confucius en de Hal der Klassieken" aan dezen grooten Wijze gewijd heb:

1) L. J. Veen. Amsterdam, en als ..The New China" hii

Fisher Unwin. Londnn

Sluiten