Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Water en besteeg de K'un Lun bergen. Naar het Zuiden terugkeerende verloor hij zijn mystieke parel.

Hij gebruikte Weten om haar terug te vinden, maar kreeg haar niet. Hij gebruikte Magie om haar terug te vinden maar kreeg haar niet. Hij gebruikte Uiterste Kracht om haar terug te vinden maar kreeg haar niet.

Toen gebuikte hij Niets *) En Niets kreeg haar.

En de Gele Keizer zeide: ,,Hoe vreemd! Niets kreeg haar terug!

(Uit Hoofdstuk XX)

(De filosoof I Liao zeide tot den vorst van Lu:)

Het is ons mensch-zijn dat ons belemmert, het is het mensch-zijn in anderen dat ons verdriet geeft. Daarom had (keizer) Yau dit mensch-zijn niet en zag het niet in anderen. Ik zou wenschen die belemmering en dat verdriet van U weg te hebben en U eenzaam in Tao in het oneindige rijk aan Niets te doen zweven.

Veronderstel dat een boot een rivier oversteekt en een leege boot komt er mede in botsing. Zelfs een prikkelbaar man zou dan niet boos worden. Maar als er iemand in die boot was zou het geschreeuw geven om uit te wijken. Als de andere t niet hoorde zou er voor de tweede en voor de derde maal geschreeuw worden en dan zouden er stellig woedende woorden vallen. In 't eerste geval was er geen boosheid, maar nü wel; omdat in 't eerste geval de boot ledig was maar nü was er iets in. Als de mensch óók ledig kan zijn en zóó door de wereld zweven, wie kan hem dan schaden?

(Uit Hoofdstuk XXII)

(Over concentratie:)

Toen Confucius naar (den staat) Ch'u ging kwam hij

*) Men merke op dat er alleen staat dat hij „Niets gebruikte", maar dat er dit keer niet bij staat „om haar terug te vinden".

Met de mystieke parel wordt bedoeld Tao.

Sluiten