Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krekels en mieren. Waarom den een te berooven om den andere te voeden?"

Ook uit deze weinige fragmenten van Chuang Tsz' naderen wij uit de verte het begrip Tao — bereiken doen we het natuurlijk niet — evenzoo als uit de Tao Teh King van Lao Tsz'

Tao, wordt herhaaldelijk gezegd, kan niet uitgevorscht of uitgelegd worden. Het heeft ook geen Bestaan in den zin dien wij aan Bestaan geven. Als wij Tao in Hemel en Aarde, in Ruimte en Tijd zoeken vinden we Het niet, en toch hebben al deze in Tao hun grond. Er is maar één Weg om Tao (niet te kennen of te weten maar) te Zijn, en dat is in het innerlijke leven. Dan heeft men Tao niet zijn eigendom of bezit, maar is men Tao, één met het Al. Tao is de Eenheid in de Veelheid, de Eeuwigheid in den Tijd.

Dat zoowel de Tao Téh King als de Nan Hwa King meestal in paradoxalen vorm geschreven zijn is een gevolg daarvan, dat de hoogste waarheid altijd paradoxaal is als zij in termen van óns bewustzijn wordt uitgedrukt, dat zélf gebonden is door relativiteit en tegenstellingen. Westersch definieerende zouden wij kunnen zeggen „Tao is de Eenheid in Veelheid van God, Teh is de Veelheid in Eenheid van de Natuur in den Geopenbaarden Kosmos".

De leer, dat de objectieve en subjectieve, werelden niet scheidbaar, maar één zijn, en dat Eén Alles is, is een der grondprincipes van deze Chineesche wijsbegeerte. Alle schijn van het tegendeel is maar schijn als gevolg van het zich identifieeren met een of ander standpunt, Chuang Tsz' noemt zulk een identifieeren het „Drie in den Morgen standpunt" en geeft daar het volgende, zéér treffende voorbeeld van:

,,Een baas die apen hield zeide met betrekking tot hun rantsoen van kastanjes dat iedere aap er „drie in den morgen" zou krijgen en „vier in den nacht". Toen werden

Sluiten