Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dicht, toen ik een kind was, en ik dacht heusch, dat de herten precies hetzelfde gevoel hadden als wij, menschen.

Of neen, niet alleen dieren en vogels, maar ook de boomen, de steenen, de bergen en de rivieren werden gedacht zielen te hebben. Er is een ander beroemd Chineesch vers, waar al de Japansche kinderen veel van hielden: ,,A1 de vogelen zijn hóóg boven weggevlogen, en een gespikkelde witte wolk verlaat mij nu ook. Maar o! gij berg van Keitei! Gij en ik worden het nooit moe, elkander aan te zien!"

Na zülk een opvoeding werden de Japansche- en de Chineesche artiesten natuurlijk „subjectief". Zij trachtten gemeenschap te krijgen met de „zielen" der Natuur, en dan hun gevoelens uit te schilderen. Maar 't eerst van alles oefenden zij de behandeling van hun penseelen. Deze oefening was de gewichtigste voor hun. De Japanneezen en Chineezen zijn daar het handigste in, omdat zij letters en karakters schrijven met penseelen, en van hun vierde of vijfde jaar af oefenen de kinderen zich allen in 't behandelen van penseelen. Er is een voorgeschreven, formeele manier, hoe de penseel vast te houden, en hoe te teekenen. Als Chineezen en Japanneezen dit heelemaal meester zijn, voelen zij de punt van het penseel als een stuk van hun eigen hand. En dan is hun ambitie om de „zielen" van de natuur op de zijde of op het papier te brengen.

Als men de zooeven aangehaalde woorden van Yoshio Markino goed begrijpt, voelt men dat een goede Chineesche of Japansche schilder niet enkel den schoonen, uitwendigen vorm van een bloem, een vogel, of een mensch, of een berg wil geven, maar dat hij dien vorm slechts gebruikt voor zoover hij middel is om het inwendige leven, dat wat hij noemt „de ziel der dingen" te geven, of juister, niet de persoonlijke, individueele ziel, maar meer den „Geest" (the Spirit), den Al-Geest, die in alles en allen één is.

Sluiten