Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn de kunstenaars die zich — zooals b.v. Leonardo da Vinei — door hun cultuur hebben opgeheven tot den rang van geleerde en wijsgeer, zeldzaam, maar in China, in den bloeitijd der kunst, waren alle groote schilders tevens geletterden en filosofen. Er is bijna geen groot Chineesch schilder bekend, die niet tevens was filosoof, of dichter, of staatsman, of Boeddhistisch dan wel Taoïstisch priester. Er waren zelfs astronomen onder, en onder de grootste'schilders waren ook keizers.

De schilder die voor een landschap in contemplatie was gezeten, had niet enkel oog voor het zoogenaamd ,.mooie" van het geval, voor toevallige licht-effecten of bizondere kleurnuances, maar hij trachtte, door den toover van den schijn heen de twee kosmische oer-principes, Yang en Yin, met zijn geest aan te raken, en het rythme, waarop zij zich verhielden en samenvloeiden — door de „ch'i — in zijn schildering te doen trillen. Hoe vreemd het ook klinke, het onzichtbare, geestelijke, in het kunstwerk, is van meer belang dan het zichtbare van kleur en vorm en lijn. Het is het „Niets" — men denke hier aan Lao Tsz' in zijn Tao Te'h King — dat den vorm voortbrengt.

Shên Kua, een schilder en criticus uit de 11e eeuw heeft eens geschreven: ,,In de calligraphie zoowel als in de schilderkunst beteekent de ziel (de Geest) meer als de vorm. De goede luitjes, die een schildering bekijken, kunnen meestal wel foutjes in vorm, compositie en kleur ontdekken, maar verder komen zij niet. Tot de diepere principes dringen maar weinigen door".

Die diepere principes zijn te vinden in den Geest van het landschap, het mystieke Wezen van het onzichtbare, dat zich in de vormen van 'het zichtbare openbaart.

Geen wonder, dat ten slotte in deze geestelijke schilderingen de kleur, als nog te stoffelijk, verworpen werd, en het ideaal een schilderen in zwart en wit werd. De diepste geestelijke kunst uit de Soeng-dynastie is, zooals Dr. Glaser het zoo teredht zegt „een taal der ingewijden".

Sluiten