Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenzoo is een waar knnstwprk vnmpnc Ho ( hmoocpho

ethische aesthetica onmogelijk bestaanbaar zoo deze

er niet in rondgaat.

De beroemde schilder Sië Ho f479-501 n. C.) heeft in¬

dertijd de „Zes Wetten" der schilderkunst vastgesteld.

die oorspronkelijk enkel betrekking hadden op figuurschilderen, maar die later, met eenige veranderingen, ook op landscihapschilderen van toepassing zijn gemaakt.

Ik zal, aan de hand van Petrucci, maar met voorbehoud om niet, als hij het ,,ch 1' door „esprit" te vertalen, en om dus te dien opzichte mijn eigen opvatting hieromtrent te volgen, deze wetten hieronder nader omschrijven. *)

T TT Ê 7~i * i ^ . . .. . _

x. üct ivu/mguu// uun ue i aoei nei Leven oewegen.

De circulatie van de „ch'i" is het trillen, door het

kunstwerk heen, van den goddelijk-kosmischen Adem, die het kosmische principe, of juister de beide kosmische principes, die geopenbaard zijn uit het opperste, raadselachtige, onvatbare en ondenkbare goddelijke GeestWezen, dat met T ai Ki en Tao vaag aangeduid wordt, doen „vloeien en bewegen '. De reusachtige, periodieke circulatie van de „ch'i" doet dien Geest in het Heelal, en dus ook in elk schepsel en ding van de natuur bewegen. Die eeuwige vervloeiing van den goddelijk-kosmischen Geest, door middel van de „oh'i" is het Rythme, waarop alles klopt en ademt.

De schilder — en over 't algemeen elke kunstenaar moet dus vóór alles, door de bewegingen van de vormen heen, dit Rythme openbaren, het kosmische principe dat, zooals we uit de „Yih King" weten eigenlijk twee op mystieke wijze identieke kosmische

Drincinps y.iin rlaf V10+ ^ J i _ _ _ __

i r ~ - —-i— "vi. va w w i i ie in s' k >, i; 111 1111-* r 11 nnpn.

!) Uit Vetrucci's „Kie Tseu Yuan Houa Tchouan". Leiden. J. Brill.

Sluiten