Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Chinese and Japanese Art , waarin de • verschillende tijdperken en stroomingen van de Chineesche kunst niet alleen, maar ook de in onverbreekbaar daarmede in verband staande Ohineesche gedachten en gevoelens op schitterende wijize zijn beschreven. Ik haal hier kortheidshalve de volgende woorden van Fenollosa aan:

,,Het zal zeker een vreemd ding zijn voor Europeesche geleerden en een publiek, dat gewoon is Chineesche cultuur gedurende drie duizend jaren als een Doode Zeeniveau van uniformiteit te beschouwen, om de woorden te lezen van mannen, die onder de Noordelijke Soengdynastie hoopvolle woorden schreven als die van den artiest-criticus Kuo-Hsi, die beweerde dat: „het is de echte natuur van den mensch om al wat oud is te verafschuwen en zich vast te klemmen aan wat nieuw is". De geheele omvang van de Soeng-cultuur is een immens pakhuis vol documenten, die aantoonen dat de Chineesche menschheid die drie eeuwen lang gebouwd heeft op wat wij geneigd zijn laag te schatten als zijnde nietChineesch".

Dit klinkt eenigszins anders dan de uitspraak van Prof. J. J. M. de Groot, die openlijk de enormiteit durfde aoen drukken, dat het Chineesche ras „is stamped for ever with the total incapacity to rise to a higher level of mental culture".

Het bijna tragische in de droevige figuur van dezen geleerden sinoloog — geleerd hier vooral te nemen in den zin van taai-geleerd — is dat hij, zonder eenigen filosofischen aanleg, en zonder de minste intuïtie voor metaphysiek, aan de sereene, diepzinnige Wijsheid van China is voorbijgegaan als een kruidenier voorbij een tempel vol symbolen, die hij „gek" en „casueel" vindt, zonder een vaag idee van de geweldige beteekenis. Het dolzinnige idee, dat een geleerde, die een bolleboos is in een Oostersche taal, enkel daardoor ook per se bevoegd is, over oostersche filosofie mede te spreken, zal

Sluiten