Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenland en omtrent de hoofdbeginselen, waarvan men bij de oprichting van tuchtscholen zou kunnen uitgaan.

In overeenstemming met dezen wensch, waarnaar ik mij gaarne heb gedragen, heb ik een drietal vraagpunten ter beantwoording opgesteld:

1°. Wat is de tuchtschool, bedoeld bij de z.g. Kinderwetten?

2°. Wat valt over soortgelijke instellingen in het buitenland mede te deelen?

3°. Hoe zal de tuchtschool, naar de bepalingen en den geest der kinderwetten, met inachtneming van hetgeen elders valt te leer en, dienen te worden ingericht?

Op de eerste vraag is het antwoord te vinden — en wel het naar mijn bescheiden meening in de gegeven omstandigheden alleszins duidelijk en eenig afdoend antwoord — in die wetten zelve met de bijbehoorende memoriën van toelichting en de gevoerde schriftelijke en mondelinge beraadslagingen in de beide kamers der Staten-Generaal.

Daarmede zijn de leden dezer Yereeniging en andere belangstellenden in de zaak, die het hier geldt, reeds voldoende bekend en ik zal bij dit vraagpunt dan ook niet langer stilstaan dan noodig is, om daaruit het begrip tuchtschool in herinnering te brengen, zóó dat het een vasten grondslag voor onze bespreking kan vormen.

Plaatsing in een tuchtschool wordt bedreigd als straf tegen kinderen, die zich schuldig maken aan misdrijf of bij herhaling aan overtreding. De duur is bepaald: voor de als ernstig te beschouwen feiten op een maximum van 1 jaar voor kinderen tusschen den leeftijd van 14 en dien van 18 jaren; op een maximum van 6 maanden voor kinderen onder den leeftijd van 14 jaren,; voor de lichte overtredingen op een maximum van 6 maanden voor kinderen van 14 tot 18 jaren, op een maximum van 3 maanden voor kinderen onder 14 jaren; terwijl het minimum algemeen is gesteld op één maand.

Deze plaatsing is de zwaarste der drie gewone tegen jeugdige personen bedreigde straffen, waarvan de beide andere in

2

Sluiten