Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstandelijke en zedelijke ontwikkeling, geaardheid en gedrag, over verschillende tuchtscholen verdeeld worden, wier aantal naar gelang der behoefte, die zal hlijken te bestaan, zal worden bepaald; terwijl wordt uitgegaan van het denkbeeld, dat elke inrichting voor niet meer dan een vijftigtal verpleegden moet worden bestemd. In elk gesticht kan een indeeling in klassen wordt hun opgelegd, terwijl daarvoor eenige geldelijke beloozijn den verpleegden verzekerd. Het ontvangen van gewoon lager onderwijs is voorgeschreven, het verrichten van handenarbeid, die zooveel mogelijk instructief moet worden gemaakt, wordt huil opgelegd, terwijl daarvoor eenige geldelijke belooning, bij wijze van aanmoediging, kan worden, toegekend. De buitengewone disciplinaire straffen, waarvan toepassing geoorloofd is, zijn limitatief omschreven. Kinderen, die wegens hun lichamelijken of geestelijken, toestand niet vatbaar zijn den invloed van de tuchtschool met vrucht te ondergaan, worden naar bizondere voor zulke lijders bestemde verplegingsgestickten overgebracht.

Zoo doet zich de tuchtschool aan ons voor als eene inrichting waar een gedurende betrekkelijk korten tijd van zijn vrijheid beroofd kind onder voortdurend toezicht en leiding door gestrenge tucht, als onderdeel eener menschkundige, aan den persoon en de omstandigheden zich aanpassende opvoeding, tot het besef der noodzakelijkheid van onderwerping aan de zedelijke en maatschappelijke orde moet worden gebracht.

Zij is derhalve geen opvoedingsgesticht, immers daarvoor is de verblijftijd te kort, terwijl ook de behandeling streng beoogt te zijn en niet gericht is op algeheele vorming of vervorming.

Zij is evenmin een gevangenis, daar opvoeding tot verbetering het opzettelijk doel van den strafmaatregel of het tuchtmiddel der plaatsing is en naar dat doel de inrichting zal moeten worden geregeld en de leiding gevoerd.

De tuchtschool is een op zich zelf staande instelling, een nieuw instituut, dat moet worden gecreëerd.

Wanneer ik dit laatste zeg, mijnheer de Voorzitter, in het alge-

2*

Sluiten