Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopen, wat inrichting en systeem betreft, zeer uiteen en aan dat verschil ligt geen bepaald stelsel ten grondslag. In de staatsgestichten mag het geweten worden aan locale omstandigheden en persoonlijke invloeden, in de particuliere gestichten hangt het vooral samen met de beschikbare fondsen. Hoe verrassend en bewonderenswaardig ruim deze ook vloeien, sterker nog is de stroom der voor opneming in aanmerking komende kinderen. Deze stroom wordt hoofdzakelijk gevoed door de „correzzione paterna", vastzetting op rechterlijk bevel, ten verzoeke der ouders, hetzij uit eigen beweging, hetzij op instigatie der justitiëele of administratieve of andere autoriteit. Deze kinderen vormen de meerderheid van het totaal getal der verpleegden in de gezamenlijke gestichten waar zij aldus zonder strafvervolging, als het ware door een preventieven maatregel, de voor hen wenschelijk geachte behandeling ondergaan. Ik vestig op dit verschijnsel de bizondere aandacht, omdat de mogelijkheid eener ontwikkeling van den maatregel der vastzetting op verzoek der ouders in dergelijke richting ook ten onzent bestaat, nu art. 357 en 442 Burgerl. Wetb. volgens de nieuwe lezing de kosten der verpleging, ingeval van onvermogen, ten laste van den Staat brengen. Ik acht het namelijk niet aan twijfel onderhevig, dat naast de ongeschiktheid van de tot dusver aangewezen plaats, de huizen van bewaring, ook het bezwaarlijke der kosten-betaling menigeen van de toepassing van den maatregel heeft afgehouden. Met die mogelijkheid zal dus de tuchtschool rekening dienen te houden.

Geheel anders in menig opzicht is de toestand in Frankr ij k. Aldaar is een bepaald stel beginselen voor de toepassing der dwangopvoeding bezig zich baan te breken, afkomstig van of althans vooral voorgestaan door eenige paedagogisch aangelegde en door hunne werkzaamheid in opvoedingsgestichten verder geschoolde en ervaren gestichtsdirecteuren. Zij gaan uit van een verdeeling der kinderen, die voor gestichtsverpleging in aanmerking komen, over drie soorten van inrichtingen, waarvan de eerste soort bestemd moet zijn voor de zeer jeugdigen en niet bezwaarlijken, de tweede voor de ouderen en de

Sluiten