Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de schaduw worden gesteld. Wanneer men dus, om welke reden dan ook, met de bestaande gestichten niet tevreden is, dan zijn de prognosen voor de tuchtscholen in ons land ongunstig te noemen, want in het ééne punt, waarin zij met de Rijksopvoedingsgestichten verschillen, zijn zij tegenover deze beslist in 't nadeel. Dit punt is ook het groote bezwaar door de paedagogen tegen de tuchtscholen, aangevoerd en is gelegen in de vlottende bevolking dier gestichten ; zij kunnen zich niet voorstellen wat men moet doen met een school waar dagelijks kinderen komen en gaan. In dit geval verdienen groote instellingen met veel kinderen de voorkeur boven kleine, want alles hangt af van den geest, die er heerscht. Heerscht er een vaste geest, dan zal één kind geen disturbeerenden invloed oefenen maar voordeel voor zichzelf genieten. Ook in dit opzicht zullen dus de tuchtscholen achterstaan bij de bestaande Rijks-Opvoedingsgestichten. Indien men dus dergelijke etablissementen beoogt als de tegenwoordige Rijks-Opvoedingsgesticliten, alleen openstaande voor een vlottende bevolking, dan zeg ik: ,,I1 ne vaut pas le peine assurément de changer de gouvernement".

Bij al het onzekere komt ook nog, dat niemand weet welk gebruik de rechterlijke macht van, dit middel zal maken. Het eenige lichtpunt, dat in de zaak gezocht wordt, is de verwachting, dat bekwame paedagogen aan het hoofd der tuchtscholen geplaatst zullen kunnen worden. Ik hoop dan ook, maar ongelukkig is het dat men dit niet wettelijk kan voorschrijven en de benoemingen, door den Nederlandschen Staat gedaan, hebben niet zóóveel reden gegeven voor het vermoeden, dat allereerst hoogst bekwame paedagogen tot hoofden dier inrichtingen zullen benoemd worden. Indien hier werkelijk het zwaartepunt dier zaak gelegen is, dan ware het juister geweest eerst een experiment te nemen met de bestaande gestichten met toepassing van het „va et vient" gelijk men zich dit denkt bij de tuchtscholen. Dan had men een vasten grond onder de voeten en kon men zien wat te bereiken viel. Tot eene principiëele en gedetailleerde beslissing kunnen wij hier niet komen, maar dat

Sluiten