Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom ons best doen, om de tuchtscholen te maken tot datgene, wat zij moeten zijn, inrichtingen, waarin door strenge tucht en eene menschkundige leiding het kind, dat nog niet voorgoed aan zijn omgeving hehoeft te worden onttrokken, voor de maatschappij kan worden behouden.

De heer Jhr. Me. D. O. Engelen. Door Dr. Gunning is er de aandacht op gevestigd, dat de tijd, b.v. een week, gedurende welken sommige van die kinderen in de tuchtscholen zullen blijven, te kort is. Ik wensch hem er op te wijzen, dat dit slechts een minimum is en dat de Rechter met de ontwikkeling van het kind zal rekening houden, zoodat hij, wanneer het noodzakelijk is, den tijd van verblijf niet op een week, maar langer zal stellen.

De heer Dr. J. H. Gunning Wz. Maar er zijn ook maxima!

De Voorzitter. Ik geef ten slotte het woord aan den lieei Mr. Simon van der Aa ter beantwoording van de verschillende vragen.

De heer Mr. J. Simon van der Aa. Mijnheer de Voorzitter, ik wensch wel nog even het woord te hebben, omdat ik er prijs op stel den heer De Visser op de twee door hem gestelde vragen met een enkel woord te antwoorden en ik ook niet gaarne op een paar aanvallen van de heeren Gunning en A'an den Bergh een korte verdediging schuldig zou blijven.

De heer Van den Bergh maakt mij railleerend en vriendschappelijk er een verwijt van dat ik meer een beschrijving van een ondernomen reis dan een uiteenzetting van de aanhangige zaak zou hebben gegeven. Ik meen mij juist te hebben bepaald tot dat wat een onderzoek elders mij over deze zaak had geleerd en mij van alle reisbeschrijving te hebben onthouden; ik voeg er aan toe tot mijn leedwezen, nu ik weet dat hij die gaarne hoort en geef hem de verzekering dat ik hem een werkelijke reisbeschrijving onderhoudender zou hebben kunnen ma-

Sluiten