Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Vergadering was niet bijzonder druk bezocht; onder de aanwezigen bevonden zich vele leden van Voogdijraden, kerkelijke en burgerlijke armbesturen, directeuren van instellingen van weldadigheid, enz.

Behalve de inleider, Mr. H. M. A. Schadee, oud-Secretaris van Voogdijraad Rotterdam II, voerden het woord:

de Heer J. Lechner, lid van Voogdijraad Rotterdam II; Mr. J. A. van Hamel, Secretaris van Voogdijraad Amsterdam I;

Dr. J. H. Adriani, lid van den Voogdijraad en Voorzitter van de Vereeniging tot verbetering van Armenzorg te Utrecht; de Heer II. Courlander Hz. van 's-Hertogenbosch; Mej. G. A. A. Bouricius van 's-Gravenhage;

de Heer A. J. da Oosta, Secretaris van Voogdijraad Amsterdam II,

en de Voorzitter.

De Voorzitter, Jhr. Mr. A. J. Rethaan Macaré,

Dames en Heeren!

Ik open deze vergadering.

In de eerste plaats heb ik mede te deelen, dat tot mijn groot leedwezen, een leedwezen, dat zeker door U allen wordt gedeeld, een schrijven van Ds. Pierson is ingekomen, meldende dat hij met het oog op het klimmen zijner jaren zich genoopt ziet, zijn ontslag te vragen als lid van het Bestuur van onzen Bond. In de daardoor in het Bestuur ontstane vacature zal straks in de huishoudelijke vergadering te voorzien zijn. De Heeren Cort v. d Linden en Wertheim zijn door uitlandigheid verhinderd hier te komen. Voorts heeft de Heer Snoeck Henkeman bericht, dat hij door

Sluiten