Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dringende werkzaamheden tot zijn leedwezen verhinderd is, deze vergadering bij te wonen, gaarne had hij aan de

debatten deelgenomen.

Deze vergadering is belegd, om in openbare bespreking te brengen het onderwerp: „De kinderwetten en de armenzorg."

Wij hebben het voorrecht, dat Mr. Schadee, oud-lid van den Voogdijraad te Rotterdam, en thans notaris te dier stede, zich welwillend bereid heeft verklaard, dit onderwerp in te leiden, Een onderwerp, dat zeker Uw aller belangstelling heeft en waarover de meeningen zoo verdeeld zijn, dat verwacht mag worden, dat velen Uwer aan het debat daarover deel zullen nemen.

Ik geef Mr. Schadee thans het woord.

Mijnheer de Voorzitter!

Wanneer ik de onderwerpen naga, die op Uw verschillende vergaderingen aan de orde zijn gekomen, zoo treft mij, dat de meeste daarvan betrekking hebben op het gebied van' wetgeving. Zij het, dat zij handelen over de wenschelijkheid om dit of dat onderwerp wettelijk te regelen, of ook om in een bestaande wettelijke regeling wijziging te brengen; het onderwerp echter, waarvoor ik heden de aandacht dezer geachte vergadering zal vragen, betreft niet zoozeer een punt van wetgeving, als wel een zaak van jurisprudentie.

De zaak is deze, dat reeds spoedig na het in werking treden der Kinderwetten, maar in den loop der jaren met meerdere helderheid, aan degenen, die met de uitvoering dier wetten zijn belast, een diep ingrijpend verschil bij de toepassing is komen voor oogen te staan. Wanneer ik maar met de deur in huis mag vallen dan zou ik het verschilpunt als volgt willen omschrijven. Volgens de wet zullen van de ouderlijke macht of voogdij ontzet worden de ouders en voogden, die de aan hun zorg toevertrouwde minder-

Sluiten