Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jarigen grovelijk verwaarloozen, zoodra het belang der minderjarigen zoodanige ontzetting noodzakelijk maakt; terwijl van hun gezag zullen worden ontheven de ouders of voogden, die onmachtig of ongeschikt zijn hun plicht behoorlijk te vervullen, mits het belang der kinderen zich tegen zoodanige ontheffing niet verzet. Nu zijn al aanstonds in de practijk een groot aantal gevallen voorgekomen, waarin zonder eenigen twijfel de minderjarigen werden verwaarloosd, zonder dat men echter van die verwaarloozing den ouder of voogd een verwijt kon maken. Wanneer nu die verwaarloozing zoodanige uitbreiding had aangenomen, dat het belang der kinderen noodzakelijk hun onttrekking aan ouders of voogden vorderde, dan rees de vraag, of, waar eigenlijk meer een geval van onmacht aanwezig was, toch ontzetting mocht worden toegepast, dan wel of aanwending van dit rechtsinstituut onrechtvaardig en onjuist moest heeten. Wanneer in die gevallen de ouder of voogd bereid was van zijn macht over den minderjarige vrijwillig afstand te doen, kon men veelal den weg kiezen van ontheffing. Herhaaldelijk werd dan echter twijfel uitgesproken, wanneer de onmacht of ongeschiktheid van den ouder voortkwam hoofdzakelijk uit armoede, of niet andere instellingen eerder tot hulp zouden zijn aangewezen dan de voogdijraad. Deze immers kan zoo goed als geen ander middel toepassen dan losmaking van den band tusschen ouder en kind, voogd en pupil, en in de bedoelde gevallen zou andere wijze van hulp veelal meer rationeel zijn. Zoo kwamen velen ertoe van de onmacht, die de wet als motief voor ontheffing vermeldt, uit te sluiten de onmacht die enkel gevolg is van armoede.

Wij formuleeren dus de gerezen twistvragen als volgt:

a. is voor ontzetting noodig, dat de gebleken verwaarloozing de schuld is van den betrokken ouder of voogd?

b. valt onder onmacht en ongeschiktheid mede zuiver financiƫele onmacht?

Sluiten