Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouder of voogd; geen ontheffing in geval van enkel financiëele onmacht.

Ik hoop, Mijnheer de Voorzitter, dat ik met deze argumentatie, waarmede ik het in menig opzicht, wel bijna in alle opzichten, oneens ben, niet mijn tegenstander zwakker heb gemaakt dan hij m. i. in zijn redeneering werkelijk is. Ik wil daar thans de m. i. juiste opvatting van de wet en de eischen der practijk tegenover stellen.

De vraag, die ons bezig houdt, is er allereerst eene van wetsuitlegging en zoo zullen wij, om tot een beslissing te komen, allereerst den text der wet en haar geschiedenis onder oogen moeten zien. De text der wet nu geeft tot het stellen van den schuldeisch — het wordt ook door mijn tegenstanders gereedelijk toegegeven —■ geen aanleiding.

En haar geschiedenis al evenmin. Integendeel is bij die geschiedenis voortdurend en uitdrukkelijk vooropgesteld, dat het belang der kinderen in de allereerste en eenige plaats steeds den doorslag heeft te geven. In het voorbijgaan wijs ik er op hoe ook bij de nieuwe regeling omtrent de voogdij na echtscheiding hetzelfde beginsel is doorgevoerd. Stond vroeger de ouder, wien bij de echtscheiding schuld trof, tegen wien de echtscheiding was uitgesproken, achter bij den ouder, op wiens verzoek het vonnis was gewezen, de nieuwe regeling gaat uit van het beginsel, dat de vraag, wie(n) de kinderen moeten worden toegewezen, niet te maken heeft met de vraag, wiens schuld het is, dat het huwelijk is moeten worden ontbonden. Uit den text der wet noch uit haar geschiedenis is dus de schuldeisch af te leiden.

Maar men wil dit thans doen door een argumentatie, ontleend aan de tegenstelling tusschen ontzetting en ontheffing. Ook deze redeneering gaat echter niet op. De tegenstelling tusschen beide instituten is allereerst deze, dat ontzetting slechts mogelijk is in geval van verwaarloozing terwijl voor ontheffing de eisch van verwaarloozing nergens is gesteld. Ik kom hierop zoo dadelijk terug. Een tweede

Sluiten