Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben, zal deze instelling, ik ben er van overtuigd, een doodgeboren kind blijken.

Ten slotte moet ik mij nog vrijwaren tegen een verwijt, dat wellicht bij enkelen Uwer zal zijn opgekomen. Het heeft er werkelijk iets van, of ik alle bemoeiingen ten opzichte van kinderen en armen nu maar werk voor vereenigingen en philanthropische instellingen vind, en geheel verwaarloos datgene, wat van de ouders en de armen zelf zal behooren uit te gaan. Er bestaat werkelijk gevaar voor overdrijving. Het getal vereenigingen is zoo enorm, dat men schroomt klachten te doen hooren, dat op zeker gebied nog niet genoeg gedaan wordt. Er is welhaast geen behoefte welker voorziening niet door enkele vereenigingen of instellingen wordt nagestreefd. Van reeds vóór de geboorte tot na den dood vindt de „persona miserabilis" allerlei mogelijke instellingen en vereenigingen langs zijn weg opgesteld, die bij elke mogelijke behoefte voorziening schijnen toe te zeggen. Misschien is juist het groote getal van die instellingen het groote euvel, waaraan onze philanthropie lijdt. Nu zou ik erop willen wijzen, dat de instellingen, wier krachtigen bloei ik straks aanbeval om het getal noodzakelijke ontzettingen en ontheffingen te beperken, juist zijn die instellingen, die trachten niet de armen zonder meer maar te helpen, maar hen zelf weerbaar te maken. Het zijn immers juist de instellingen, die er naar streven den band tusschen ouders en kinderen te bewaren, het ouderlijk plichtsbesef te bevorderen.

En nu een woord te mijner verzoening met mijn tegenstanders van straks:

Ik ben er van overtuigd, mijnheer de Voorzitter, dat wanneer werkelijk de aangeprezen instellingen alles zullen kunnen doen, wat wij zouden wenschen, zoo financiëel als door persoonlijke werkkracht daartoe instaat, dat dan de stellingen van mijn tegenstanders juist zullen worden: Dan £al ontzetting alleen kunnen plaats hebben ingeval van be-

Sluiten