Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we in dergelijke gevallen aan de Regeering moeten vragen, of in dit geval aan den voogdijraad, om in te grijpen. Wanneer tijdelijke hulp noodig is, dan zouden we vragen aan armenzorg om te helpen. Nu is er natuurlijk een overgang tusschen het een en het ander. Volgens mijn meening moeten wij een bepaalde richting inslaan bij dit werk. Wanneer wij bij den voogdijraad komen dan moet deze niet den eenen keer zeggen, wij zullen U helpen en den anderen keer, wij wijzen het af. Wanneer een bepaalde richting aangewezen is, dan weten we wat we kunnen vragen, want natuurlijk vragen we het niet, wanneer we het toch niet kunnen krijgen; dat is onzin.

De Heer A. J. da Costa. M. de V. Mijn voornemen is niet, mij in de kern der zaak te begeven. Slechts twee korte opmerkingen wil ik maken. De geachte inleider en Mr. van Hamel hebben ieder van hun standpunt met veel talent de moeilijke kwestie, waarom 't hier gaat, besproken. Wij moeten maar goed in ons opnemen, wat zij, ieder met klem, hebben verdedigd, en daarna trachten ons een eigen oordeel te vormen. In beider betoog zijn elementen van waarheid. Doch de reden, waarom ik, persoonlijk, in tegenstelling met Mr. Schadee, meen bij ontzetting der ouders den ā€˛schuldeisch" te moeten volhouden, is deze: het komt mij toch voor, dat het in de toekomst van groot belang is, veel meer dan tot heden, na ontzetting van een ouder, een stempel van onwaardigheid op hem of haar te drukken.

Juist tot ernstige waarschuwing en afschrikking voor anderen! Wijl al deze processen bij de rechtbank met gesloten deuren worden behandeld lekt er weinig van uit en behalve in de buurt, waar de ouders wonen, ziet of hoort het publiek weinig of niets van de schande. Het wil mij toeschijnen, dat het noodzakelijk wordt, om, behalve de ernstige pogingen die allerwege de voogdijraden aanwenden om zulke ouders tot betaling eener verplichte geldelijke

s

Sluiten