Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijk maakt, dat ontzetting plaats hebbe, wanneer op andere wijze niet in den nood voorzien kan worden, ontzetting het eenige overblijvende middel is, dan moet de Voogdijraad ingrijpen, en mag hij zich niet achter eenige redeneering van algemeen belang verschuilen. Ik geloof, dat hiermede het beroep van den heer Van Hamel op de woorden „kan ontzetten" ontzenuwd is.

M. de V. Ik heb .mij straks verschillende keeren niet zeer vleiend uitgelaten over de toestanden op het gebied van armenzorg, die hier in Nederland heerschen zouden. Het spijt mij, dat niet van de zijde van enkele sprekers een protest daartegen is ingekomen. De absolute afwezigheid van protest is voor mij een bewijs, dat de werkelijke toestand treurig is. De heer Lechner denkt nog slechter over onze armenzorg dan ik mij uitliet en, achtte ik straks onze armenzorg te goed om misbruik van de Kinderwetten te maken, de heer Van Hamel kwam nog eens met het reeds behandeld argument tegen mijn stelling, dat armenzorg meer en meer van zich zal afschuiven. Ook hij denkt dus nog slechter over onze armenzorg dan ik.

En als nu waarlijk het zoo slecht met onze armenzorg gesteld is, zoo is dringend noodig dat daarin ingrijpende verbetering gebracht worde, waartoe ik straks aanbeval dat zij zich spiegele aan hetgeen onze kinderbescherming laat zien. Ik gebruikte daarbij een vergelijking, die mede door U, M. de V., werd gebezigd om mij te waarschuwen: laat mijn ijverige kantoorbediende zich niet overwerken. Ik geloof dat er vooralsnog geen gevaar voor is: integendeel, het vele werk schijnt zijn krachten te stalen. De Kinderwetten hebben overal nieuwe vereenigingen doen opgericht worden, de belangstelling aangewakkerd, deze tak van filantropie krachtig leven ingeblazen. En dan: mijn bediende kan zich flink voeden, zorgen voor zijn lichaam, voorwaarde voor gezonden geest: de Staat zorgt voor een goed deel voor hetgeen onze vereenigingen, behalve werkkracht, ten

Sluiten