Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gediend, vermindert men de kans dat de pleegouder, in casu de grootmoeder, straks het opgenomen kind weer aan de deur zet.

Het tweede geval, door den Heer van Hamel genoemd, betrof een vader — volgens de wet, niet-feitelijk; de Rechtbank weigerde zijn ontzetting omdat hem geen verwijt ervan kon worden gemaakt dat hij zijn wettelijk kind, waarmede hij feitelijk niets te maken had, links had laten liggen. Geen nadere bizonderheden van het geval kennende, wil het mij voorkomen, dat de Rechtbank veel meer het belang van het kind zou hebben bevorderd, als zij niet op juridieke gronden een opgedrongen vaderschap had gehandhaafd, doch had medegewerkt om de wettelijke positie — die van niet met elkaar te maken hebben — in overeenstemming had gebracht.

De Heer Da .Costa heeft mij gevraagd of ik dan niet wenschelijk acht, dat de ouders, die ontzet en ontheven worden, speciaal de ontzette ouders, gestempeld worden als minderwaardig. Ik wil hem tweeërlei antwoorden: allereerst dat ik het met den Heer LechneR geheel eens ben, dat dringend noodig is dat, zoo eenigszins mogelijk, de ouders gedwongen worden voor hun kinderen op te brengen. De practijk zal daarvoor — waar tot nu toe de betreffende wetsbepalingen niet voldoende succes hebben — moeten uitzien naar nieuwe hulpmiddelen, in de groote steden b.v. het aanstellen van boden, speciaal om bedoelde ouders achterna te zitten. Wordt werkelijk van den uitkeeringsplicht ernstig werk gemaakt, dan zal dit er reeds toe leiden, dat bedoelde ouders niet maar zoo met anderen gelijk-op blijven gaan. En in de tweede plaats verwijs ik den Heer Da Costa naar het slot van mijn inleiding. Wenschelijk vind ik het zeker dat straks enkel onwaardigen zullen behoeven te worden ontzet: zal het zoover zijn, laat men hen dan stempelen tot niet-kiesgerechtigde boeven, maar om zoover te komen moet eerst onze armenzorg een ingrijpende verbetering ondergaan,

Sluiten