Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Heer Da Costa vond jammer, dat ik poogde den aanstaanden Armenraad een knauw te geven, en dacht dat ik daarmee buiten mijn onderwerp trad. Ik geloof het niet, want ik zou het juist over armenzorg in verband met de Kinderwetten hebben en moest zoo vanzelf op het ontwerparmenwet komen.

Hier nu ontmoet ik den Heer Adriani, die mij opmerkt, dat het werk van den armverzorger niet met dat van den voogdijraad is te vergelijken. De armverzorger heeft slechts zedelijke middelen ter beschikking, nimmer een dwangmiddel. Ziedaar, M. de V., juist mijn groote grief tegen het ontwerp-armenwet; niet slechts dat het ons een Armenraad brengt, die niets te vertellen zal hebben, maar er ontbreekt veel meer aan: het ontwerp had moeten brengen — al kostte het millioenen — werkdwang voor den onwillige, werkmogelijkheid voor den willige, gedwongen plaatsing voor dronkaards in asyls, enz. enz. Trekken wij de parallel tusschen Kinderwetten en Armenwet wat verder: behalve de voogdijraden hebben de Kinderwetten ons andere goede dingen gebracht: tuchtscholen, verbetering der Rijks-opvoedingsgestichten, financieele hulp aan voogdijvereenigingen, enz. Zoo zou ons de Armenwet behalve Armenraden, moeten brengen: werkhuizen — in een vroeger ontwerp voorgespiegeld — asyls voor drankzuchtigen, rijkssubsidie-mogelijkheid, enz. En daarmee zou men dan tevens gevonden hebben hetgeen noodig zou zijn om den Armenraad te maken tot iets meer dan een blootelijk redekavelend lichaam, dat slechts weinig zeggende gegevens zal hebben te registreeren; gaf men den Armenraad bevoegdheid tot verwijzing naar instellingen als de bedoelde, gaf men haar iets te doen behalve veel te praten, dan zou geschapen zijn de juiste toestand: dat de philanthropische instellingen den Armenraad zouden noodig hebben, zoo goed als dat de Armenraden de instellingen zullen noodig hebben. Dan zouden de nieuwe instellingen — gelijk de voogdijraden —

Sluiten