Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Helder, Rotterdam, Utrecht, waar men inlichtingen zal verstrekken en hulp wil verleenen aan belangstellenden en belanghebbenden bij deze wet. De toestand der buiten echt geboren kinderen zal daardoor ongetwijfeld belangrijk kunnen verbeteren, terwijl van algemeen zedelijk standpunt bezien, de wet in hooge mate zal kunnen bijdragen om het bewustzijn van verantwoordelijkheid voor eigen daden te versterken.

Naar aanleiding van de eerstgenoemde „Wijzigingswet" werd Mr. J. A. van Hamel bereid gevonden de opdracht van onzen Bond te aanvaarden om zijn Handleiding bij de praktijk der Kinderwetten dienovereenkomstig aan te vullen. De derde, geheel vermeerderde en bijgewerkte druk kwam dientengevolge tot stand en werd aan al onze leden toegezonden.

Hetzelfde geldt van de tweede genoemde wet. Het boekje waarin Mr. van Hamel op zijn bekende heldere wijze de beteekenis en de bedoeling van de geheele wet en haar afzonderlijke artikelen in paragrafen uiteenzet, is getiteld: „Het Onderzoek naar het Vaderschap, zooals het thans in onze wetgeving is geregeld", (Art. 344 a—q van het Burgerlijk Wetboek).

Wij mochten van verschillende zijden de bewijzen ontvangen, dat onze leden ten hoogste ingenomen waren met de toezending van die boekjes, die zoo gemakkelijk te raadplegen zijn en vooral voor leeken een onmisbare wegwijzer zijn op de voor hen dikwijls duistere paden van de wetgeving.

Het spreekt vanzelf, dat die verspreiding zware oüers vergde van onze financiën. Wij meenden echter op die wijze voor onze leden en voor het algemeen het meest nuttige werk te doen en daarom werd dan ook, met het oog op de kosten, het vorige jaar geen openbare vergadering gehouden.

Op onze vorige vergadering (13 Juni 1908) werd het op 8 Mei '08 ingediende wetsontwerp tot wijziging der Kinder-

Sluiten