Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nacht, dien ik op dek tot Poelau Djamboe doorbracht, raakten wij nu en dan in de struiken van de oevers verward en des morgens vroeg zagen wij Poelau Djamboe nog dicht achter ons. Enkele bergen verheffen zich hier, op eenigen afstand scherp omgrensd uit het lage land •, het meest in het oog vallen de G. Bëloengai (770 M.) (Fig. 3) O. N. O. en de G. Këdikit (429 M.) (Fig. 4) O. ten Z. Aan de zuidzijde van Poelau Djamboe

Fig. 4. Goenoeng Kïdikit , gezien van de Kapoewas nabij Poelau Djamboe

zendt de rivier nog een tak in zuidelijke richting en eerst in den namiddag, boven P. Separoh, bereikte ik het boveneinde van de delta en zag ik de volle onverdeelde watermassa van de Kapoewas vóór mij. Recht vooruit wordt het vergezicht gesloten door de G. Sëbajan en andere toppen uit het heuvelland tusschen de Beneden-1 ajan en de Landak-rivier. Bij P. Ijempëde voor den mond van de S. 'Ijempëde komt voor het eerst de karakteristieke, spitse kegel van den Tijoeng Kandang (887 M.) (Fig. 5) te voorschijn. De top van dezen berg, die in den

Fig. 5. Bt. Tijoeng Kandang, gezien van de Kapoewas bij Tjempéde

omtrek als een heilig oord, bij de Dajaks bovendien als een

Sluiten