Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinige, loodrecht daarop een dertigtal meters breed. De lage struikvegetatie maakt naar alle zijden een fraai uitzicht mogelijk. Thans echter was hij in nevels gehuld, die slechts nu en dan braken en de heldere lucht boven ons zichtbaar deden worden waarin slechts in zeer aanzienlijke hoogte cyrrhi zweefden. Het neveldek scheurde nu eens hier, dan weder daar en deed ons bij stukken het grootsche panorama kennen, dat deze top biedt. Naar het Oosten en Noordoosten ligt een schier onafzienbare woudvlakte, waarin op grooten afstand de meren, D. Sërijang, D. Loewar e. a. glinsteren. Zeer in de verte wordt die vlakte begrensd door de Sëmbëroewang-berggroep en meer noordwaarts door het grensgebergte met Sërawak. Midden in de vlakte ligt diep beneden ons een reeks heuvels, waarvan de meest oostelijke de Lëmpai (250 M.) tegenover Poelau Madjang is. Deze heuvelreeks wordt noordwestelijk hooger en bereikt haar culminatiepunt in den Bt. Bësar (890 M.). Op den voorgrond van den Bt. Bësar ligt de Bt. Sëmëlawi (360 M.) aan de overzijde van het dal van de Sei Empanang. Het bovendeel van dit dal wordt omsloten door een krans van fraai en grillig gevormde bergen, waaronder behalve den Bt. Bësar, de Bt. Toegak (1020 M) en de Gn. Toetoop (1220 M.) het meest de aandacht trekken.

In het Noordwesten komen zware onweerswolken uit de Chineesche Zee opzetten waartegen de berggroepen die in het noordelijke gedeelte van de groote Kétoengau-vlakte liggen, min of meer afgescheiden van het grensgebergte met Sërawak, zich prachtig afteekenen. Ver beneden ons op den voorgrond liggen de Paoeng (370 M.) en de Limau (418 M.), daarachter aan gene zijde van het dal van de Mërakai de langgestrekte Pëgëdang en Entawak (401 M.) en onmiddellijk achter dezen de op een vulkaan gelijkende Bangkit (810 M.). Iets meer westelijk, reeds grootendeels in wolken gehuld, kunnen wij nog de omtrekken onderscheiden van den 1210 M. hoogen Këhoema, om welken de Këtoengau in een wijden boog heenstroomt. Naar het Westen en Zuidwesten ligt de kolossale Këtoengau-vlakte voor ons uitgebreid: één groot boschveld, donker, slechts hier en daar met

Sluiten