Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

talrijke kloven en grillig gevormde heuveltjes met zeer steile wanden de regelmatigheid van zijn verloop verstoren. Overal, waar de rug niet zeer smal en de afwatering gebrekkig is, treedt moerasbosch op, waarin de talrijke boschjes van ineengestrengelde , sterk gewapende rotansoorten den doortocht zeer bemoeielijken. Een korte middagrust hielden wij op een plaats aan de oostelijke steilte, alwaar van het hoogste plateau een prachtige waterval 25 M. diep nederstort, bij welken men achter den watersluier door kan loopen. Van hier verder zuidwaarts was het een moeielijke tocht, die enkele onzer inlandsche begeleiders meer dan eens trachtten te doen eindigen, door telkens, als het einde van een torenvormig topje op de graat ons noodzaakte een eindweegs af te stijgen, met de meeste beslistheid ons toe te roepen „di sini poentjak habis, toewan" '). Ten slotte kregen zij te 1.30 p. m. gelijk, toen wij feitelijk het zuidelijke einde van de graat van den LiangAgang bereikten, die hier 946 M. hoog is. Plotseling stonden wij voor een afgrond, en in de diepte, ruim 700 meter beneden ons, lag het dal van de Sei Sanjai, een rechter zijtak van de Sei Raoen, voor onze voeten. De rotswand van den Liang-Agang loopt in zuidoostelijke richting verder door, en tusschen dezen en den noordelijken wand van den Bt. Pali zien wij als door een smalle poort hoog op in het dal van de Boven-Mandai (PI. XII). Ver over den rotswand steken horizontaal gegroeide stammen uit van de boomen en struiken, en daardoor is nergens het uitzicht geheel vrij. Mijn handige Chinees maakte echter in de takken van zulk een uitlooper van het woud een kleine balé-balé, vrij over den afgrond zwevend. Van hieruit maakte ik eenige photo's en deze hebben als grondslag gediend voor de schetsen van het vergezicht op PI. VI en XII 2).

Aan gene zijde van het dal van de Sanjai verheft zich vlak voor ons de Liang-Koeboeng en rechts, door een diep dal van

1) „Hier is de top ten einde, Heeven".

2) De photographiën voor PI. XII zijn op een punt genomen , dat aan de westzijde op het bovenste terras van den Bt. Liang-Agang is gelegen, op ongeveer 3/4 K.M. afstands N N W

van het punt, van waar PI. VI is genomen.

Sluiten