Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boomen eveneens in dezelfde richting omvallen, terwijl het dunnere hout werd afgebroken en meegesleurd. Met donderend geweld viel ten slotte de geheele massa dooreen tot een onontwarbare chaos van hout en loof. Reeds te 10 uren was mijn lichting gereed en te 12 uren waren de nevels voldoende weggetrokken, om den arbeid met een ruim uitzicht zoowel naar Sërawak als naar de meeren te beloonen.

Naar de zijde van Sérawak zag ik een zeer veelzijdig verdeeld heuvelland, waarin eene aaneenschakeling tot reeksen, die van West naar Oost verloopen, niet te miskennen viel. Zoover mijn blik reikte, is dit heuvelland niet hoog; slechts één berg, dien ik N 20 W peilde, schijnt even hoog als de Bt. Pan zelf te zijn. Naar de Hollandsche zijde valt het meest in het oog het glin-

Fig. 25. Bt. Kënicpai , gezien van den top van Bt. Pan.

sterende vlak der meeren, aan de ééne zijde omsloten door de Mënjoekoeng, aan de andere zijde door den Lémpai, Sëligi en de zich westwaarts daaraan sluitende bergen. Juist links van den Bt. Patjoor rijst de Kënepai op, die er, van hier gezien, juist uitziet

Fig. 26. Gezicht van Boekit Pan over de meeren naar het Zuiden.

Op den achtergrond Bt. Pijaboeng (1130 M.) in het gebied der Oeloe Embahoe en Bt. Pëninggoen (989 M.) tusschen de Boven-Bojan en de Silat, dan de Andesiet-kegels van de Midden-Embahoe (gemiddeld 400—500 M.),

op den vóórgrond Poelau-Tekenang en de groote meeren.

als een vulkaan met een reusachtigen krater. De top, die Gn. Oelak (1080 M.) wordt genoemd, en de eigenlijke hoofdkegel van den Ké-

Sluiten