Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

peild. Tusschen de bergen van Lantjak en den Mënjoekoeng komen zeer ver in het verschiet aan gene zijde van de Kapoewas-vlakte de karakteristieke vormen van de terrasbergen (tufbergen) van de Boven-Kalis en de Boven-Mandai voor den dag. Duidelijk is de Gëgari-groep en de Liang-Pata te herkennen; de Bt. Tiloeng blijft achter de bergen van Lantjak verscholen. Rechts van den Mënjoekoeng volgt de Bt. Sëmoedjan Z 53 O—Z 35 O en de Bt. PëgahZ 47 O, beide naar boven begrensd door een helderwitten, loodrechten wand van blootliggend gesteente, juist als bij den top van den Lempai en den Sëligi voorkomt. Ook de beide flanken (niet het middenste, hoogste gedeelte) van den Mënjoekoeng bezitten een dergelijk terras, gevormd door een schitterend witten steenwal. Nog meer rechts op den voorgrond, midden in de meeren, ligt Poelau Tëkënang (140 M.) Z 36 O en schuin daarachter Z 42 O de tweetoppige Bt. Sënarah bij Djongkong; in het verschiet de bergen van de Boven-Embahoe, waaronder de weder op een vulkaan gelijkende Bt. Pijaboeng en de Bt. Ampan de meest in het oog vallende figuren zijn. Meer westelijk volgt de Lëmpai-groep, die OZO—WNW is gestrekt, daarnaast de groep van den Bt. Bésar, die tot aan de grens met Sërawak NNW—ZZO is gestrekt en zich daarna weder in west-noordwestelijke richting ombuigt. Al deze bergen vertoonen een overeenkomstigen bouw, waarvan de Bt. Lëmpai (pag. 110) het eenvoudigste voorbeeld oplevert. Bij alle wordt namelijk het bovenste gedeelte door een of meer terrassen gevormd, die naar het Noordoosten en Noorden zeer steil of loodrecht zijn afgebroken, naar het Zuiden en Zuidwesten echter zacht glooiend afdalen. De bergprofielen, in figuur 28 aangegeven, gelden in het algemeen voor alle bergen uit de Lëmpai en de Bësar-groep. Later zullen wij zien, dat deze terrassen uit banken van zandsteen bestaan. die discordant op sterk geplooide sedimenten liggen.

15 April. Met den controleur van Sëmitau, den heer van Velthuyzen, had ik afspraak gemaakt, dat de stoombarkas Poenan mij op 17 April zou komen halen, om mij naar Lantjak te brengen.

Sluiten