Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitstaanbaar. Op dezen dag, een der heetste dagen, die ik in Borneo bijwoonde en den eenigen, waarop de lucht van des morgens 10 uur af nagenoeg geheel helder bleef, nam ik waar: 7 a.m. Temp. 250 wind flauw Oost 8.30 „ „ 27 wind zeer flauw Oost

10 v „ 30.5 wind stil

H-30 „ 32

1 P-m- v 35 3 V V 36 ))

6 » » 30-2

Het water in het ondiepe meer wordt op heete, zonnige dagen sterk verhit, zoodat op dezen avond de temperatuur van het water 28° C. bedroeg. Bij krachtigen wind en regen koelt het echter ook vrij snel weder af.

Te middernacht was de temperatuur nog 270 en eerst te 3 uren 's nachts bracht een flinke Westewind met gestadigen regen de gewenschte afkoeling tot 240.

Des namiddags kwamen achtereenvolgens de „Karimata", het 17 April, stoomvaartuig van den Resident, en de „Poenan" voor Poelau Madjang. Aan boord van het eerste schip bevonden zich de overste Bosboom , chef van den topographischen dienst en de kapitein van Enthoven, chef van de opnemings-brigade in Borneo. Op het tweede was de controleur van Velthuysen, die mij mededeelde, dat hij voornemens was spoedig door te stoomen.

Na een bezoek aan boord van de „Karimata" te hebben afgelegd, begaf ik mij aan boord van de „Poenan" en kort daarop stoomden wij in zuidelijke richting weg over Danau Sërijang. Een der vele kronkelende waterwegen, waarvan er slechts enkele door stoombootjes kunnen worden gebruikt, voerde ons naar Danau Sëntaroem en vandaar tusschen enkele kleine eilandjes door naar Danau Tëkënang. Even na zonsondergang brak een hevige onweersbui met heftigen wind over ons los en wij rekenden ons gelukkig, dat wij aan de lijzijde van het hooge eilandje Tëkënang een schuilplaats konden vinden, waar de windstooten ons niet meer met hun volle kracht konden bereiken.

Sluiten