Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blad als met duizenden paarlen bedekt in de morgenzon, en meer op den achtergrond zijn de voorwerpen tot op den versten

Fig. 32. Bt. Kënëpai, gezien van den oostelijken top van Bt. Bëroewi.

afstand duidelijk en toch week omlijnd, wat aan het tropische landschap dan een onbeschrijfelijke bekoorlijkheid verleent. Op zulk een morgen nam ik afscheid van de omgeving van Gënting Doerijan, en plaat XV stelt den laatsten indruk voor, dien ik van daar als herinnering medenam. Wat toen volgde, de marsch terug over den batang-weg met een half buiten gevecht gestelden voet, daarover wil ik zwijgen; het waren uren, waarin men zijn bruine broeders, die lustig op hun djalan ennak marcheerden, hun betere aanpassing aan het leven in de wildernis benijdt. Genoeg, ik kwam niet al te zeer gehavend in den namiddag behouden te Poelau Madjang aan.

Ik vond daar weder den aspirant-controleur Spaan, die inmiddels van zijn tocht naar den Bt. Mënjoekoeng was teruggekeerd. Hij deelde mij mede, dat hij, des morgens van Pamoeter vertrokken, door de Pintas Kawi naar de Lëbojan was gegaan en dat hij, die oproeiend, den eersten nacht dicht bij Sei. Tëlatap had overnacht. Hij bereikte den volgenden dag de pangkalan satengah x) te 2 uren en moest toen nog een goed uur loopen naar het Dajaksche huis aan den voet van den berg. Van dat huis kan men in 3 uren den top van den Bt. Mënjoekoeng bereiken. Hij bracht de reeds op pag. 119 genoemde toermalijngraniet en zandsteen van den Bt. Mënjoekoeng voor mij mede. Nog dienzelfden dag vertrok ik van Poelau Madjang naar Sëmitau; waar ik den volgenden dag te 11 uren aankwam, na een

1) Er zijn aldaar drie pangkalans: de pangkalan oeloe bij hoog water, de pangkalan satengah bij gemiddelden waterstand, de pangkalan ilir bij lagen waterstand.

Sluiten