Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

SlNTANG EN DE BT. KÏ2LAM.

Op 2 Mei 1894 zakte ik met twee roeivaartuigen de Kapoewas 2 Mei. van Sëmitau naar Sintang af. Oorspronkelijk was het mijn plan geweest het Sébalang-gebergte ten Zuiden van de Sei. Sëbëroewang, waarop ik van uit mijn verblijf te Sëmitau steeds een kijkje had gehad, te bezoeken. Daar ik echter had vernomen, dat een

Fig. 33. Dajaks van de Bt. Kelam.

uitstapje naar den Bt. Sëbalang minstens vier dagen in beslag zoude nemen, besloot ik voor heden als doel mijner reis de Bt. Sëtoengoel te kiezen, die westwaarts het verlengde van den Sëbalang-bergreeks uitmaakt, veel dichter bij de Kapoewas is gelegen en zonder veel tijdverlies, van die rivier uitgaande, kan worden bereikt. Van Sëmitau tot Kwala Sëbéroeang stroomt de Kapoewas dwars door een golvend terrein, dat uit reeksen van heuvels bestaat, die een strekking O8Z—W 8 N, of weinig daarvan afwijkend, bezitten.

Sluiten