Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I65

langs de oevers kan men waarnemen, hoe de rotslagen sterk geplooid zijn. Gewoonlijk is de plooiing zeer sterk en volkomen, zoodat in de opeenvolgende, liggende plooien de helling over groote afstanden nagenoeg dezelfde blijft. Dikwijls echter ook vooral waar dikke banken van grauwacke-lei of kwartsitischen zandsteen voorkomen, zijn de lagen in open vouwen geknikt en gebroken, waarbij dan synclinalen en anticlinalen dicht op elkaar volgen. Een der fraaiste profielen vindt men bij Na. Engkêloengan, ruim 11/2 K.M. boven Batoe Mili. Het profiel is naar een photographie weergegeven op PI. XXIV, terwijl de platte grond van het terrein op kaart V is voorgesteld. Op de plaats waar de Sei. Engkêloengan met een kleinen waterval in de Sei. Embaloeh uitmondt, buigt de laatste rivier zich om en haar stroomrichting verandert van W 15 N— O 15 Z tot N 30 O—Z 30 W. Juist bij de bocht wordt het bed sterk vernauwd door een vlak rotsschiereiland dat met den linkeroever samenhangt, doch bij hoog water geheel onderloopt. Het profiel, gelegd door de rotswanden aan den rechteroever bij N. Engkêloengan en door bedoeld schiereiland, overziet men het best van een groote zand- en rolsteenbank aan den linkeroever, van waar ook de photographiën zijn genomen. Links op plaat XXIV, op het schiereiland, ziet men grauwacke-lei en klei-lei in scherpe lagen met vrij volkomen isoclinale structuur. De strekking is afwisselend en de lagen, waarvan de strekking O—W is, zijn overschoven over de O 20 N—W 20 Z gestrekte lagen.

Aan den rechteroever (zie midden en rechts op PI. XXIV) ziet men de lagen grauwacke-lei, kwartsitischen zandsteen en phyllitische klei-lei in groote plooien met afwisselende helling gelegd. Bij de buigingspunten der synclinen en anticlinen zijn de lagen of geknikt of gebogen, maar ook in het laatste geval zijn zij bij de ombuigingspunten gekraakt en is het oorspronkelijke verband verbroken, waardoor talrijke dwarsspleten zijn ontstaan, die met kwarts zijn gevuld. In de 3de syncline en de 4de anticline (PI. XXV) zijn plooiings-verschuivingen (fold-faults) ontstaan.

Sluiten