Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 14

kinderen in een doek op den rug. Zijn deze zeer jong, dan ziet men bij iederen stap der vrouw het nog machtelooze hoofd van het kindje buiten den rand van den doek heen en weder bengelen, doch al zeer spoedig leeren deze kleintjes hun lot te verbeteren en zuigelingen van weinige maanden oud ziet men met de beentjes vast om het lichaam der moeder geklemd, zich geheel naar hare bewegingen voegen.

30 juni. Een van deze Boekats konden wij in onzen dienst krijgen en hij bewees ons als gids in het gebergte uitstekende diensten.

Ik ging op dezen dag in een kleine boeng, bemand met drie Kajan-dajaks, een pradjoerit en mijn Chinees vooruit de Boelit op. De leiding te water werd toevertrouwd aan den Kajan Mélino, een der sterkste en fraaist gebouwde Kajans van de Mëndalam, die bij zijn stam bekend was voor zijn kennis en onversaagdheid bij het bevaren van de gevaarlijke bergstroomen in het Boven-Kapoewasgebied. Het water in de Boelit was door eenige regenbuitjes iets gewassen, maar toch veroorzaakte het opslepen van de boeng door de talrijke riams veel moeite en tijdverlies. Tot ruim 1 KM. boven haar mond loopt de Boelit door zandsteen, waarop dan kiezellei en jaspis met radiolariën volgen, waarvan de lagen evenals die van den zandsteen nagenoeg vertikaal staan met een gemiddelde strekking O 10 N. Deze worden op haar beurt spoedig weder vervangen door gesteenten van het Poelau-Mëlaioe-type, welke bestaan uit diabaas, hier afwisselend met lagen van zandsteenachtige, deels gesilificeerde en dan hoornsteenachtige diabaas-tuf. Het is al weder dit gesteente, dat aanleiding geeft tot het ontstaan van meer dan één goeroeng. De lastigste van allen is de Goeroeng Boewang, waar in de bedding en langs de oevers een reeks van rotspartijen uit het water opsteken, waar tusschen de bergstroom zich met groote snelheid een weg baant. Ook hier moesten de vaartuigen geheel ontladen en over de rotsen gesleept worden. Te 12.30 had ik deze vallen achter mij. Iets boven Goeroeng Boewang ziet men in zuid-oostelijke richting den Liang Boeboek oprijzen, den eersten der zuilvormige kalkbergen,

Sluiten