Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op meer clan één plaats vast gesteente bloot en het was mogelijk daar het profiel op te nemen, dat in doorsnede E op kaart VIII is voorgesteld. Het rivierbed is ingesneden in fijn gelaagde diabaas-tuf (9) waarin vele diabaas-fragmenten een andesitisch karakter dragen. Enkele laagjes van deze tuf bevatten talrijke skeletten van radiolariën benevens enkele Foraminiferen skeletten. Nog beter zijn deze radiolariën bewaard gebleven in een daarop liggende, fijn groengrijze verkiezelde tuf (10), in welke de skeletten met een chlorietachtig mineraal zijn opgevuld. Hierop rust kiezellei (11), wellicht zeer sterk verkiezelde, fijne tuf, daarop een fijne tufbreccie, die fragmenten der kiezellei bevat (12), daarop weder tuf en eindelijk fijne tufbreccie (13 en 14). Hinde, die de fossielen in deze lagen heeft onderzocht, komt tot de conclusie, dat dit systeem ongeveer van denzelfden ouderdom moet zijn als de ons reeds uit het gebied der meren van de Boven-Kapoewas bekende kiezel-lei, hoornsteen en jaspis van prae-cretaceïschen ouderdom, hoewel de overeenkomst der fauna van die twee vindplaatsen niet zoo groot is, dat met beslistheid zou kunnen worden verzekerd, dat de tuf met radiolaria van de Bëdoengan tot dezelfde horizon behoort als de hoornsteen met radiolaria van de Boven-Kapoewas. Het geheele stelsel van lagen helt ongeveer 40° naar het Noord-noordwesten, doch hier en daar komen dislocaties voor, waardoor de strekking en de helling belangrijk worden gewijzigd. Al deze gesteenten zijn sterk gekliefd en breken gemakkelijk in parallellopipedische stukjes. De breukvlakken vertoonen steeds het bekende beeld van de breuken van een serpentijngesteente, zoodat men soms aanvankelijk den indruk krijgt met serpentijn te doen te hebben. Toch speelt dit mineraal als ontledingsproduct betrekkelijk slechts een geringe rol in deze gesteenten, hoewel alle klievingsvlakken er mede gevuld zijn.

Ongeveer 3li K.M. stroomopwaarts ligt, tegen de noordwestelijke helling van den Rajoen, aan de linkerzijde van de Bëdoengan, die hier nog slechts een onbeduidend bergstroompje is, het huis Loengang Bëdoengan. Dicht bij dit huis sloeg ik op

Sluiten