Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beneden dit punt komen in de Embahoe geen gesteenten meer voor. Inderdaad hebben wij hier de Kapoewas-vlakte reeds bereikt, de rivier kronkelt sterk en hier en daar treden danau's op, waaronder Danau Kota Béharoe en Danau Parak de voornaamste zijn. Door de pintas Entëbinga kon ik den weg nog wat bekorten en te 12.30 kwam ik te Djongkong aan, waar ik tot 2 p. m. vertoefde. De Kapoewas afzakkend, konden wij ons nog met veel moeite door de bijna droog liggende pintas Pyasa en pintas Niboeng heen werken en, na op de rivier in de nabijheid van Sëlimbau overnacht te hebben, bereikte ik den j gdcn Augustus te 10.30 a. m. mijn hoofdkwartier te Sémitau.

Geologisch overzicht over het stroomgebied van de Sebëroewang en de Embahoe.

(Zie kaart VIII).

Het in dit hoofdstuk beschreven gebied maakt een deel uit van het heuvelland, dat de Boven-Kapoewas-vlakte en wel meer in het bijzonder het merengebied naar het Zuiden afsluit. De oudste kern hiervan vindt men in het Sémitau-heu\ eiland (verg. pag. 28 en 30), dat uit kristallijne leiën, amphiboliet, chlorietlei, kwartsietlei, glimmerkwarsiet en verkiezelde kleilei bestaat. Deze oudste formatie zet zich ook nog aan gene zijde van de Kapoewas voort; tot hoever is nog niet bekend. Oostwaarts in het dal van de Embahoe treft men die formatie niet meer aan, tenzij misschien het gneisachtige graniet en kwartsiet, die daar boven Oelak voorkomen, tot deze formatie moeten worden gerekend. Hetzelfde is mogelijk het geval voor het graniet, waaruit van Schelle1) ten Noorden van het Sëbëroewangdal niet ver van Sajor, het heuvelland vond opgebouwd. De

1) C. J. van Schelle. Onuitgegeven mededeeling 1879. Archief van het Rijksmuseum te Leiden. Hij vond graniet bij den berg Lëmbang Moeda op het voetpad van Sajor naar Empëiiang in Soehaid. De berg Lëmbang Moeda moet dezelfde zijn als de Bt. Sëboeloeh (250 M.) op de topografische kaart, want dit is de eenige heuvel, die tusschen deze beide plaatsen in ligt.

Sluiten