Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een tocht in noord-zuidelijke richting dwars door Borneo naar de Java-zee te beproeven, daarbij zooveel mogelijk den 113den lengtegraad oost van Greenwich volgend. Ik koos deze route in de eerste plaats, omdat zij door een wetenschappelijk geheel onbekend en deels nog nimmer door Europeanen betreden terrein zou voeren, voorts omdat deze tocht mij in verband met mijn waarnemingen in het Embaloeh-dal een doorloopend profiel van de grenzen van Sërawak dwars door Nederlandsch Borneo tot aan de Java-zee beloofde te geven, eindelijk omdat zij mij allicht de gelegenheid zou geven het hoogste bergland, voor zoover dit tot op heden bekend is, van Nederlandsch Borneo, het gebied van den Bt. Raja (2278 M.) nader te leeren kennen, last not least omdat mijn tocht door Zuid-Borneo gedeeltelijk evenwijdig met Schwaner's route zoude loopen en mij in staat zou stellen zijn waarnemingen met de mijne te vergelijken.

De grootste moeielijkheid bij dezen geprojecteerden tocht scheen mij het vraagstuk der proviandeering te zijn, daar ik wist, dat ik gedurende den geheelen tocht, dien ik op ruim twee maanden raamde, waarschijnlijk nergens levensmiddelen in eenigszins voldoende hoeveelheid zou kunnen verkrijgen. Gelukkig zou ik, na van uit de Boenoet-rivier het Madi-gebergte te zijn overgetrokken , de Mélawi-rivier bereiken op een punt, waar deze nog voor redelijk groote schuiten bevaarbaar is en het lag dus voor de hand eenige schuiten met proviand die rivier op te zenden in de hoop, dat deze ongeveer te gelijk met mij op de plaats zouden aankomen, waar ik de Mëlawi moest bereiken. Te Sintang nam ik 29 koelies — voor het meerendeel Dajaks — in dienst tegen een loon van ƒ0.80 of §0.50 en wat tabak per dag, terwijl ik bovendien voor hunne voeding, rijst en zout zou moeten zorgen. Het kostte mij geen moeite deze mannen te engageeren, hoewel zij wisten, dat ik eenigen van hen tot Bandjermassin zou moeten medenemen en zij dus in meer dan drie maanden niet te huis zouden komen.

Op 2 September zond ik veertien van deze lieden met drie

Sluiten