Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoewel jaarlijks sterk verminderend, nog lang niet geheel zijn uitgeroeid. De terugtocht ging stroomafwaarts zoo snel, dat ik van Na. Sabat in drie uur tijds Na. Sirah weder bereikte. Ik overnachtte daar in mijn bidar, doch van slaap kwam weinig in, daar een hevig onweer met stortregen het grootste gedeelte

O O O O

van den nacht woedde en het water van de Sëbilit zoo onstuimig deed wassen, dat het vaartuig voortdurend heen en weder werd geslingerd en dreigde losgerukt te worden. Het water wies dien nacht ruim 4 Meter.

11 Sept. Te 6.15 stak ik van wal en met groote snelheid sleepte de bruisende stroom de booten mede, en bracht ons in een half uur tijds aan de monding van de Sëbilit. Ik zag nu, hoe bij hoogen waterstand een groot gedeelte van het water van de Sëbilit zich een korteren weef naar de Tëbaoeng baant door

O O

een pintas, die 1/2 KM. stroomopwaarts van Na. Sëbilit in de Tëbaoeng uitkomt. De Tëbaoeng opvarende, bleek mij weldra dat deze niet zoo sterk was gezwollen als de Sëbilit, zoodat de oeverwallen nog voor een deel boven water uitstaken. Ik kon al spoedig constateeren, dat de Tëbaoeng hier door dezelfde zandsteen-formatie stroomt, die ik reeds aan de Sëbilit leerde kennen. Ook hier hellen de zandsteenbanken onder een geringen hoek naar het Noorden en ook hier liggen lagen kleisteen en kool hier en daar tusschen den zandsteen. Een goede doorsnede door de formatie levert de rechteroever van de Tëbaoeng 7 KM. boven Na. Sëbilit op. Zij is in profiel C, kaart IXA afgebeeld. Er komen hier drie lagen kool, resp. 4, 1.40 en 2 M. dik, boven elkander voor; zij zijn door dunne laagjes kleizandsteen en kleisteen met hardere concreties, die plantafdrukken bevatten, van elkaar gescheiden, terwijl het geheel tusschen zandsteenbanken ligt. De kool van de onderste twee beddingen is schilferig, die van de bovenste scheen mij van zeer goede kwaliteit. Het is een zwarte, zeer tot steenkool naderende, sterk glinsterende pekkool. Iets hooger ligt het groote, begroeide rolsteen-eiland Poelau Karangan Boenga. Te 10.15 kwam ik voorbij de door Dajak-Maleiers bewoonde kampong Sëmangoet,

Sluiten