Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tactgesteente weder aan den rechteroever optreedt. Op enkele plaatsen werd nu het woud langs de oevers vervangen door rijstvelden (ladangs), een zeker teeken, dat menschelijke nederzettingen niet verre meer van ons waren. Reeds in het gezicht van het doel onzer reis voor heden, verrijkte ik mijne verzameling met een fraaien, granaathoudenden granitiet, die even boven Noesa-Poelang voorkomt. Te 4 p. m. hield ik stil voor het Dajaksche huis Toembang-Habangooi, op den linkeroever gelegen bij het punt van samenvloeiing van de Habangooi en de Samba, en ik bevond mij dus weer in de bewoonde, al was het ook nog niet in de beschaafde wereld. Inderdaad uitlokkend zag dit verblijf er niet uit. Het eertijds klaarblijkelijk door vele gezinnen bewoonde huis was nu grootendeels ingestort en alleen een klein gedeelte werd nog gebruikt en dat gedeelte was nog uitermate vuil en bouwvallig. Om het huis staan verscheidene toras en tëmadoks, onder welke laatsten eenige zeer zorgvuldig afgewerkte vrouwenfiguren verraden, dat deze nederzetting een beteren tijd gekend heeft. Er woont hier ook, behalve de tot den stam der Ot-Danoms behoorende Dajaks, een Maleier, Djaja genaamd, die met eene zuster van het hoofd van het huis, Raden Këramah, is gehuwd. Bij afwezigheid van dit hoofd werd ik door hem ontvangen en hij deelde mij mede, dat hij tevens door het Nederlandsche Gouvernement was aangesteld om hier het Nederlandsch gezag te vertegenwoordigen. Ik had echter reeds terstond weinig vertrouwen in dit heer en later bleek mij ook, dat hij zich hier, geheel op zijn eigen houtje, als vertegenwoordiger van het Nederlandsche Gouvernement uitgaf, om daardoor de Dajaks, van wie hij boschprodukten opkocht, beter te kunnen afzetten en knevelen. Intusschen was hij mij gedurende mijn verblijf te Toembang Habangooi van veel dienst als tusschenpersoon, omdat noch ik noch een van mijne begeleiders de taal der hier wonende Ot-Danoms verstond. Van uit Toembang Habangooi zag ik op geringen afstand in zuid-oostelijke richting een berg, den Bt. Atoeng, liggen, die boven de omringende heuvels scheen uit te steken. Ik besloot dezen te

Sluiten