Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dities waren verwezenlijkt. De meest extreme condities zijn klaarblijkelijk die van vast land en diepzee-bodem. De geologische documenten omtrent den toestand van vast land zullen in den regel geheel ontbreken, omdat een tijdperk van land veel meer een periode van denudatie dan van sedimentatie is en dus meestal slechts negatieve sporen zal kunnen achterlaten; is diezelfde plaats echter diepzee-bodem geweest, dan leggen de echte diepzee-afzettingen daarvan getuigenis af. Voorts kan men, hoe groot men zich de bewegelijkheid van een labiel deel der aardschors ook moge denken, moeielijk aannemen, dat een betrekkelijk beperkt gebied als de O.-I. Archipel herhaaldelijk, althans niet in een gedeelte der totale geschiedenis der aarde, diepzee-bodem zou zijn geweest.

Omgekeerd zouden wij, zoo wij niet reeds op andere gronden het recht hadden den O.-I. Achipel een labiel gedeelte der aardschors te noemen, alleen reeds uit het feit, dat er echte diepzee-afzettingen worden aangetroffen, waar nu land is, daartoe

mogen besluiten.

Een van die extreme toestanden in de ontwikkelings-geschiedenis van den O.-I. Archipel wordt dus aangegeven door onze Radiolariën-gesteenten. Maar juist omdat het niet slechts diepzee-afzettingen, maar ook oceanische afzettingen zijn, moeten wij aannemen, dat ook de aangrenzende deelen van den Indischen Archipel door de zee waren bedekt en waarschijnlijk wel ten deele ook diepzee-bodem vormden2). Elders in den O.-I. Archipel is in den jongsten tijd dergelijke jaspis met Radiolariën gevonden op Celebes aan de Posso-rivier ) en in

1) Geologische documenten d. z. overblijfselen, waaruit alsdan een overlevering of document van den toenmaligen toestand duidelijk kan worden.

2) Waren onze Radiolariën-gesteenten alleen diepzee-afzettingen en geen oceanische afzettingen, dan zouden wij deze conclusie niet mogen trekken. Immers juist de tegenwoordige toestand van den O.-I. Archipel bewijst, dat verscheidene diepe bekkens als de Banda-zee, de Celabes-zee, de Soeloe-zee, tusschen en nabij aanzienlijke eilanden kunnen bestaan. Doch de loodingen van de Challenger hebben voor de Banda-zee aangetoond, dat de bodem er grootendeels uit terrigene bestanddeelen bestaat, en dat daarin dus, juist omdat het lokale diepe bekkens in de nabijheid van land zijn, geen oceanische afzettingen worden gevonden.

3) A. WlCHMANN. 66, p. 164.

Sluiten