Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernietiging van het natuurschoon en tot moreelen, ja waarschijnlijk algeheelen ondergang der Dajaksche bevolking zou leiden.

H. Intrusieve en eruptieve gesteenten. i. Graniet en tonaliet.

Graniet speelt in geheel West-Borneo een groote rol. Karakteristiek schijnt mij voor geheel West-Borneo het heerschen van amphibool-biotiet-graniet met afwisselend, doch steeds vrij groot plagioklaas-gehalte, waardoor overgangen tot tonaliet menigvuldig voorkomen. Voorts blijkt op vele plaatsen in West-Borneo het intrusieve karakter der graniet-massieven uit belangrijke veranderingen van de aangrenzende gesteenten.

In ons gebied, dus beoosten Sintang, komen de volgende graniet-gebieden voor:

a. Het graniet-gebied van het Schwanergebergte.

Een groot gedeelte van het voetstuk van het Schwanergebergte (ik bedoel hier het geheele Schwanergebergte, vooreerst zoover dit reeds bekend is, van de zeekust bij en benoorden Soekadana tot aan de Oeloe-Samba, en voorts, naar ik verwacht, nog veel verder oostwaarts tot in Oost-Borneo) bestaat naar mijne overtuiging uit graniet, doch dit gesteente komt minder in het Schwanergebergte zelf dan wel in het heuvelland van ZuidBorneo, dat aan dit gebergte grenst, over een uitgestrekte oppervlakte voor den dag. Waarschijnlijk heeft men hier met verschillende, min of meer samenhangende graniet-massieven te doen, die in Oost-westelijke richting naast elkander liggen. Voor zoover ons bekend is, heerschen in dit gebied amphibool-biotiet-graniet en biotiet-graniet. Beide variëteiten, vooral echter de eerste, gaan door toeneming van het gehalte aan plagioklaas op verscheidene plaatsen in tonaliet over.

De graniet-massieven in het Schwanergebergte schijnen de nevengesteenten, die hen gedurende hun intrusie omhulden, sterk

Sluiten