Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gabbro mag men aannemen, dat hij jonger dan de prae-cretaceïsche formatie is.

4. Peridotiet en serpentijn.

Aan de Boven-Kapoewas treden in het gebied der Danauformatie bij en boven Poelau Tëngkidoe kleine massieven op, waarvan er twee uit pikriet, één uit Harzburgiet en één uit Lherzolith bestaan, welke gesteenten bijna geheel in serpentijn zijn overgegaan. In datzelfde gebied worden talrijke rolsteenen van serpentijn, grootendeels uit Harzburgiet ontstaan, aangetroffen, aangevoerd door de Këryau en de Mëdjoewai.

In de Sëbilit komt serpentijn zoowel als vast gesteente bij Na. Sabat als in de rolsteenbanken voor. Ten deele is de serpentijn hier uit Harzburgiet ontstaan.

Eindelijk vond ik serpentijn, uit Lherzolith ontstaan, in Sarawak dicht bij de Nederlandsche grens, aan het pad van Na. Badau naar Loeboek Hantoe.

In al deze gevallen — onzeker is dit alleen voor de vindplaats aan de Sëbilit — komt de serpentijn intrusief of gangvormend in het gebied van de Danau-formatie voor en is dus jonger dan deze.

5. Gesteenten der diabaas-familie.

Bij de beschrijving der Danau-formatie (p. 127) is reeds opgemerkt, dat deze voor een groot gedeelte is samengesteld uit lagen van diabaas-porphyriet, diabaas-amandelsteen en diabaastuf en dat sommige variëteiten, zooals bijv. de gesilificeerde diabaas-tuf, door mij Poelau-Mëlaioetype genoemd, even karakteristiek voor die formatie mogen worden geacht als de kiezel-lei met Radiolariën. Voor verreweg het grootste gedeelte zijn deze diabaas-gesteenten van gelijken ouderdom als de overige gesteenten der Danau-formatie, voor een deel zijn zij echter zeer waarschijnlijk van jongeren datum. Met zekerheid mag dit gezegd worden van een diabaas, die aan de Boengan gangvormend door lagen van kiezel-lei werd aangetroffen.

Sluiten