Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten gevonden, die er voor zouden kunnen pleiten, dat in quartairen tijd in Borneo een negatieve strandverschuiving heeft plaats gehad.

Eene negatieve strandverschuiving in jong-quartairen tijd wordt dus door mij voor West- en Zuid-Borneo x) niet aangenomen, al erken ik natuurlijk de mogelijkheid, dat lokaal recente opheffingen voor het land kunnen voorkomen. Integendeel meen ik, dat, nadat de breukbewegingen, die de opheffing van een aanzienlijk deel van Borneo in tertiairen of in het begin van den quartairen tijd ten gevolge hadden, tot rust waren gekomen, geen of nagenoeg geen verheffing van het land ten opzichte van het niveau van de zee meer heeft plaats gehad. Het is nu echter bij de groote moeielijkheid, die voor enkele plaatsen tot onmogelijkheid wordt, om in Borneo tertiaire, quartaire en recente vormingen met zekerheid van elkaar te onderscheiden, noodig nog scherper te praeciseeren, welk verschil er tusschen mijn opvatting en de vroegere bestaat. Het hoofdverschil is dit: Tot nu toe meende men, dat, na de afzetting der uitgestrekte, goudhoudende, quartaire grint- en zand-afzettingen, rijzing van het land ten opzichte van den zeespiegel heeft plaats gehad; ik meen, dat de belangrijke bodembewegingen en de periode van opheffing vóór de afzetting dier gronden liggen, en dat al de quartaire gronden, die ik als „oude fiuviatile afzettingen" heb saamgevat, gedurende een periode van rust zijn gevormd en nu nog in hetzelfde niveau liggen, waarop zij tot bezinking kwamen.

i) Wat Zuid-Borneo betreft, heb ik hier alleen het door mij bereisde gedeelte, dus het Katingan-gebied, op het oog.

Sluiten