Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIII.

Opmerkingen omtrent de Kapoewas en eenige andere

rivieren van borneo.

Atlas Blad 20.

Schwaner heeft in zijn bekend werk een korte karakteristiek van de rivieren in Borneo gegeven. Hij noemt „bovenloop het o-edeelte van de bronnen tot aan de intrede der rivier in de alluviale fage landen en vermeldt, dat dit gedeelte wordt gekenmerkt door menigvuldige kronkelingen en onregelmatigheden van het verloop, voorts door watervallen en rotsen in de bedding, in 't bijzonder echter door uit rolsteenen bestaande banken en eilanden. Gedurende den middenloop kronkelt de rivier door lage landen en het ontbreken van eilanden is de kenmerkende eigenschap van deze middelste afdeeling. Tot den benedenloop wordt het gedeelte gerekend, waar de invloed van eb en vloed bemerkbaar is. Ook in dit gedeelte van de rivier komen weder talrijke eilanden voor. Deze indeeling wijkt eenigszins af van de gebruikelijke. Gewoonlijk wordt bovenloop het gedeelte eener rivier genoemd, waar erosie en wegvoering verreweg de overhand hebben boven ophooping en sedimentatie; middenloop dat, waar de erodeerende en sedimenteerende processen plaatselijk met elkaar afwisselen doch elkaar, in t algemeen genomen, in evenwicht houden-, benedenloop, het gedeelte waar de sedimentatie alleen heerscht. De bruikbaarste kenmerken, waardoor men deze drie afdeelingen van elkaar kan onderscheiden, zijn wel de volgende: In den bovenloop is het verval afwisse-

Sluiten